Concurrentievervalsing door overheidsprestaties
Overheidslichamen zijn voor de werkzaamheden die zij als overheid verrichten niet belastingplichtig voor de omzetbelasting, ongeacht of zij voor die werkzaamheden een vergoeding vragen in de vorm van rechten, heffingen, bijdragen of retributies. Er geldt evenwel een uitzondering wanneer de behandeling van een overheidslichaam als niet-belastingplichtige tot concurrentievervalsing van enige betekenis zou leiden. Voor een aantal werkzaamheden is de overheid uitdrukkelijk als belastingplichtige aangemerkt. De exploitatie van parkeerterreinen valt niet onder deze werkzaamheden. Wanneer de overheid een parkeerterrein exploiteert is dus slechts sprake van belastingplicht indien is voldaan aan de voorwaarde van concurrentievervalsing.
Aan het Hof van Justitie EG is de vraag voorgelegd of het optreden van concurrentievervalsing is beperkt tot het gebied waar een overheidslichaam zijn diensten aanbiedt of moet worden beoordeeld op basis van het nationale grondgebied van een lidstaat. Verder is van belang om te bepalen welke mate van waarschijnlijkheid of zekerheid is vereist om van concurrentievervalsing te kunnen spreken. Tenslotte diende het Hof uit te leggen wat wordt bedoeld met de uitdrukking “van enige betekenis’’.
Het Hof van Justitie EG oordeelt dat de concurrentievervalsing van enige betekenis moet worden beoordeeld met betrekking tot de werkzaamheden als zodanig zonder beperking tot een specifieke plaatselijke markt. Het gaat niet alleen om de daadwerkelijke concurrentie, maar ook om de mogelijke concurrentie van een particuliere marktdeelnemer op de relevante markt. De uitdrukking „van enige betekenis” wil zeggen dat de concurrentievervalsing meer dan onbeduidend moet zijn.
Overheidslichamen zijn voor de werkzaamheden die zij als overheid verrichten niet belastingplichtig voor de omzetbelasting, ongeacht of zij voor die werkzaamheden een vergoeding vragen in de vorm van rechten, heffingen, bijdragen of retributies. Er geldt evenwel een uitzondering wanneer de behandeling van een overheidslichaam als niet-belastingplichtige tot concurrentievervalsing van enige betekenis zou leiden. Voor een aantal werkzaamheden is de overheid uitdrukkelijk als belastingplichtige aangemerkt. De exploitatie van parkeerterreinen valt niet onder deze werkzaamheden. Wanneer de overheid een parkeerterrein exploiteert is dus slechts sprake van belastingplicht indien is voldaan aan de voorwaarde van concurrentievervalsing.
Aan het Hof van Justitie EG is de vraag voorgelegd of het optreden van concurrentievervalsing is beperkt tot het gebied waar een overheidslichaam zijn diensten aanbiedt of moet worden beoordeeld op basis van het nationale grondgebied van een lidstaat. Verder is van belang om te bepalen welke mate van waarschijnlijkheid of zekerheid is vereist om van concurrentievervalsing te kunnen spreken. Tenslotte diende het Hof uit te leggen wat wordt bedoeld met de uitdrukking “van enige betekenis’’.
Het Hof van Justitie EG oordeelt dat de concurrentievervalsing van enige betekenis moet worden beoordeeld met betrekking tot de werkzaamheden als zodanig zonder beperking tot een specifieke plaatselijke markt. Het gaat niet alleen om de daadwerkelijke concurrentie, maar ook om de mogelijke concurrentie van een particuliere marktdeelnemer op de relevante markt. De uitdrukking „van enige betekenis” wil zeggen dat de concurrentievervalsing meer dan onbeduidend moet zijn.