
Een concurrentiebeding moet op grond van de wet schriftelijk worden vastgelegd. De vraag is of bij verlenging van een arbeidsovereenkomst een eerder overeengekomen concurrentiebeding opnieuw schriftelijk moet worden vastgelegd.
De bestaande jurisprudentie biedt geen concrete regel voor een geval waarin na ommekomst van een overeengekomen termijn een arbeidsverhouding stilzwijgend wordt voortgezet. De vraag is of dan de arbeidsverhouding op dezelfde voorwaarden inclusief het concurrentiebeding wordt voortgezet of dat een nieuwe arbeidsovereenkomst ontstaat waarvan de inhoud wordt bepaald door de wijze waarop partijen daar feitelijk uitvoering aan hebben gegeven.
De wet bepaalt uitdrukkelijk dat bij een stilzwijgende verlenging de arbeidsovereenkomst wordt geacht te zijn aangegaan voor dezelfde tijd en onder gelijke voorwaarden. Dat betekent dat de vroegere voorwaarden van kracht blijven. Dit lijkt ervoor te pleiten dat het concurrentiebeding ook blijft gelden. Anderzijds bepaalt de wet dat een arbeidsovereenkomst die is aangegaan voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt door het verstrijken van de tijd. Uitgaande van die bepaling houdt een stilzwijgende voortzetting van de arbeidsrelatie in dat een nieuwe, mondelinge arbeidsovereenkomst is aangegaan.
De kantonrechter in Helmond is van oordeel dat het schriftelijkheidsvereiste strikt geïnterpreteerd moet worden. Dat betekent dat een concurrentiebeding kan bestaan als het schriftelijk is aangegaan. De consequenties van het niet schriftelijk vastleggen van een concurrentiebeding komen voor rekening van de werkgever.