Concurrentiebeding buiten werking gesteld

Om te voorkomen dat werknemers na het beëindigen van hun dienstverband hun voormalige werkgever concurrentie aandoen kan in de arbeidsovereenkomst een non-concurrentiebeding worden opgenomen. Een dergelijk beding verbiedt de werknemer om gedurende een zekere periode na het einde van het dienstverband bepaalde werkzaamheden te verrichten. Als variant op het verbieden van bepaalde werkzaamheden kan een relatiebeding worden opgenomen. Een relatiebeding verbiedt het benaderen van klanten en relaties van de werkgever of beperkt het concurrentiebeding tot relaties van de werkgever. Op overtreding van concurrentie- en relatiebedingen staan meestal boetes per keer en per dag dat de overtreding voortduurt. Hoewel het opnemen van een beperking in de tijd gebruikelijk is, maakt het niet opnemen van een tijdsbepaling een relatiebeding niet nietig.

Een concurrentiebeding is een zogenaamd bezwarend beding omdat het de werknemer beperkt in zijn vrijheid van arbeidskeuze. Daarom moet een concurrentiebeding schriftelijk worden overeengekomen en moet het bij een ingrijpende wijziging van de functie opnieuw worden overeengekomen. Dat geldt niet voor een relatiebeding, omdat de ex-werknemer niet wordt beperkt in de wijze waarop hij in zijn levensonderhoud voorziet, zolang hij geen zaken doet met relaties van zijn ex-werkgever.

De kantonrechter heeft het concurrentie- en relatiebeding, dat een detacheringsbureau in de arbeidsovereenkomst met te detacheren personeelsleden opnam, vernietigd. Het detacheringsbureau plaatste financieel personeel in het bank- en verzekeringswezen in heel Nederland. Een werkneemster beëindigde na minder dan 1,5 jaar haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de detacheerder. Zij trad vervolgens in dienst bij een directe concurrent, die haar plaatste bij dezelfde opdrachtgever in de functie waarin zij voordien ook werkzaam was. De kantonrechter vond het recht op een vrije keuze van arbeid belangrijker dan de belangen van de detacheerder bij handhaving van de bedingen. Bij handhaving van het concurrentiebeding zou de werkneemster onredelijk in haar arbeidskeuze worden belemmerd. Dat gold ook voor het relatiebeding. De opdrachtgever maakte gebruik van de diensten van zowel de oude als de nieuwe werkgever. Handhaving van het relatiebeding zou, gelet op de werkervaring en de opleiding die gericht was op het bank- en verzekeringswezen, de werkneemster eveneens in haar vrije arbeidskeuze belemmeren.

Het detacheringsbureau ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de kantonrechter. Hof Amsterdam wees het hoger beroep echter af. De duur van het relatiebeding was al verstreken en was dat ook al ten tijde van het instellen van het hoger beroep. Daar kwam bij dat het boetebeding geen betrekking had op het relatiebeding. De vordering tot betaling van boetes kon daarom niet gegrond zijn op overtreding van het relatiebeding. De werkgever had weinig belang bij handhaving van het concurrentiebeding. De werkgever wenste vergoeding van de in werkneemster gedane investeringen. Het ging om een bedrag van ongeveer € 15.000 bestaande uit loonkosten tijdens een stage, kosten van werving en selectie en kosten voor een opleiding. Voor die laatste kosten was echter een studiekostenregeling getroffen die voorzag in tijdsevenredige kwijtschelding van de kosten. Bij het einde van haar dienstverband had de werkneemster het resterende bedrag aan de werkgever betaald. De kosten van werving en selectie had de werkgever ook niet kunnen terugverdienen als de arbeidsovereenkomst niet was verlengd. Het belang van de werkneemster bij opheffing van het concurrentiebeding was veel groter.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Om te voorkomen dat werknemers na het beëindigen van hun dienstverband hun voormalige werkgever concurrentie aandoen kan in de arbeidsovereenkomst een non-concurrentiebeding worden opgenomen. Een dergelijk beding verbiedt de werknemer om gedurende een zekere periode na het einde van het dienstverband bepaalde werkzaamheden te verrichten. Als variant op het verbieden van bepaalde werkzaamheden kan een relatiebeding worden opgenomen. Een relatiebeding verbiedt het benaderen van klanten en relaties van de werkgever of beperkt het concurrentiebeding tot relaties van de werkgever. Op overtreding van concurrentie- en relatiebedingen staan meestal boetes per keer en per dag dat de overtreding voortduurt. Hoewel het opnemen van een beperking in de tijd gebruikelijk is, maakt het niet opnemen van een tijdsbepaling een relatiebeding niet nietig. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Een concurrentiebeding is een zogenaamd bezwarend beding omdat het de werknemer beperkt in zijn vrijheid van arbeidskeuze. Daarom moet een concurrentiebeding schriftelijk worden overeengekomen en moet het bij een ingrijpende wijziging van de functie opnieuw worden overeengekomen. Dat geldt niet voor een relatiebeding, omdat de ex-werknemer niet wordt beperkt in de wijze waarop hij in zijn levensonderhoud voorziet, zolang hij geen zaken doet met relaties van zijn ex-werkgever. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >De kantonrechter heeft het concurrentie- en relatiebeding, dat een detacheringsbureau in de arbeidsovereenkomst met te detacheren personeelsleden opnam, vernietigd. Het detacheringsbureau plaatste financieel personeel in het bank- en verzekeringswezen in heel Nederland. Een werkneemster beëindigde na minder dan 1,5 jaar haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de detacheerder. Zij trad vervolgens in dienst bij een directe concurrent, die haar plaatste bij dezelfde opdrachtgever in de functie waarin zij voordien ook werkzaam was. De kantonrechter vond het recht op een vrije keuze van arbeid belangrijker dan de belangen van de detacheerder bij handhaving van de bedingen. Bij handhaving van het concurrentiebeding zou de werkneemster onredelijk in haar arbeidskeuze worden belemmerd. Dat gold ook voor het relatiebeding. De opdrachtgever maakte gebruik van de diensten van zowel de oude als de nieuwe werkgever. Handhaving van het relatiebeding zou, gelet op de werkervaring en de opleiding die gericht was op het bank- en verzekeringswezen, de werkneemster eveneens in haar vrije arbeidskeuze belemmeren. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Het detacheringsbureau ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de kantonrechter. Hof Amsterdam wees het hoger beroep echter af. De duur van het relatiebeding was al verstreken en was dat ook al ten tijde van het instellen van het hoger beroep. Daar kwam bij dat het boetebeding geen betrekking had op het relatiebeding. De vordering tot betaling van boetes kon daarom niet gegrond zijn op overtreding van het relatiebeding. De werkgever had weinig belang bij handhaving van het concurrentiebeding. De werkgever wenste vergoeding van de in werkneemster gedane investeringen. Het ging om een bedrag van ongeveer € 15.000 bestaande uit loonkosten tijdens een stage, kosten van werving en selectie en kosten voor een opleiding. Voor die laatste kosten was echter een studiekostenregeling getroffen die voorzag in tijdsevenredige kwijtschelding van de kosten. Bij het einde van haar dienstverband had de werkneemster het resterende bedrag aan de werkgever betaald. De kosten van werving en selectie had de werkgever ook niet kunnen terugverdienen als de arbeidsovereenkomst niet was verlengd. Het belang van de werkneemster bij opheffing van het concurrentiebeding was veel groter.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u