Conclusie AG na arrest Charles en Charles-Tijmens
Een BTW-ondernemer heeft het recht ervoor te kiezen om een investeringsgoed dat hij gedeeltelijk voor bedrijfsdoeleinden en gedeeltelijk voor andere doeleinden gebruikt volledig tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen. Daarbij hoort het recht op volledige aftrek van de in rekening gebrachte voorbelasting. Tegenover het recht op aftrek van voorbelasting staat de verplichting om BTW te betalen over de uitgaven die voor het gebruik van dat goed voor andere dan bedrijfsdoeleinden zijn gemaakt. De Nederlandse wetgeving bevat echter een bepaling die de aftrek van voorbelasting bij dergelijke investeringen slechts toestaat naar rato van het veronderstelde zakelijke gebruik. Het privégebruik is niet belast volgens de Nederlandse regelgeving. Deze regeling is volgens het Hof van Justitie EG in strijd met de Europese regelgeving. De Hoge Raad had op dit punt om uitleg gevraagd aan het Hof van Justitie EG. Nu het Hof van Justitie EG in het arrest Charles en Charles-Tijmens antwoord heeft gegeven op de vragen is het wachten op het arrest van de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het beroep gegrond is: er is recht op volledige aftrek van de in rekening gebrachte BTW, terwijl er, zolang de Nederlandse wet niet is aangepast, geen mogelijkheid is om het privégebruik te belasten. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG is het de lidstaten niet toegestaan om zich, wanneer zij hebben verzuimd om Europese voorschriften in de nationale wetgeving te verwerken, te beroepen op de Europese voorschriften.
Een BTW-ondernemer heeft het recht ervoor te kiezen om een investeringsgoed dat hij gedeeltelijk voor bedrijfsdoeleinden en gedeeltelijk voor andere doeleinden gebruikt volledig tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen. Daarbij hoort het recht op volledige aftrek van de in rekening gebrachte voorbelasting. Tegenover het recht op aftrek van voorbelasting staat de verplichting om BTW te betalen over de uitgaven die voor het gebruik van dat goed voor andere dan bedrijfsdoeleinden zijn gemaakt. De Nederlandse wetgeving bevat echter een bepaling die de aftrek van voorbelasting bij dergelijke investeringen slechts toestaat naar rato van het veronderstelde zakelijke gebruik. Het privégebruik is niet belast volgens de Nederlandse regelgeving. Deze regeling is volgens het Hof van Justitie EG in strijd met de Europese regelgeving. De Hoge Raad had op dit punt om uitleg gevraagd aan het Hof van Justitie EG. Nu het Hof van Justitie EG in het arrest Charles en Charles-Tijmens antwoord heeft gegeven op de vragen is het wachten op het arrest van de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het beroep gegrond is: er is recht op volledige aftrek van de in rekening gebrachte BTW, terwijl er, zolang de Nederlandse wet niet is aangepast, geen mogelijkheid is om het privégebruik te belasten. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG is het de lidstaten niet toegestaan om zich, wanneer zij hebben verzuimd om Europese voorschriften in de nationale wetgeving te verwerken, te beroepen op de Europese voorschriften.