Bij de behandeling van het Wetsvoorstel Belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen in de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën toegezegd voor bijzondere situaties een doorschuifregeling te treffen. Die toezegging heeft hij uitgewerkt in de vorm van een conceptbesluit met een tweetal goedkeuringen. De eerste goedkeuring heeft betrekking op de inbreng van een aanmerkelijk belang (AB) in 2008 dat met ingang van 2009 een lucratief belang (LB) vormt. De tweede goedkeuring betreft de inbreng van het AB annex LB in het eerste kwartaal van 2009.
Ad 1.
Door een LB niet direct maar via een eigen BV te houden behoren de voordelen uit het LB niet tot het resultaat uit overige werkzaamheden maar tot inkomen uit AB. Het kan daarom wenselijk zijn een dergelijk belang vóór 1 januari 2009 in te brengen in een BV. Indien dat belang nu een AB vormt, leidt de inbreng tot een vervreemdingsvoordeel.
De staatssecretaris keurt goed dat het voordeel uit de vervreemding van een AB op schriftelijk verzoek van de betrokkenen niet wordt belast als er sprake is van een aandelenruil. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
- de verkregen aandelen in de BV vormen een aanmerkelijk belang;
- als verkrijgingsprijs van deze aandelen geldt de verkrijgingsprijs van de vervreemde aandelen of winstbewijzen;
- de aandelenruil vindt plaats vóór 1 januari 2009;
- de aandelen worden geruild tegen gewone aandelen;
- het verkregen belang staat op de balans van de BV voor de verkrijgingsprijs van de inbrenger, vermeerderd met het bedrag waarover bij de verkrijging van het belang inkomstenbelasting is geheven;
- de inbrenger en de BV stemmen in met deze goedkeuring en de gestelde voorwaarden.
Ad 2.
Omdat het jaar 2008 bijna is verstreken is de staatssecretaris bereid om ook een aandelenruil in het eerste kwartaal van 2009 te faciliteren. Anders dan bij de eerste goedkeuring gaat het bij een aandelenruil in het eerste kwartaal van 2009 om uitstel van heffing in box 1 over de boekwinst op de aandelen. De aandelenruil moet vóór 1 april 2009 zijn afgerond. De voorwaarden voor deze goedkeuring zijn vergelijkbaar met die van de eerste, met dien verstande dat de verkrijgingsprijs voor het AB van de verkregen aandelen gelijk is aan de boekwaarde van het ingeruilde LB en het LB op de balans van de BV wordt opgenomen voor de boekwaarde die het LB in box 1 had op het tijdstip direct voor de ruil.