Compensatie was loon
Volgens de Wet op de Loonbelasting is loon alles wat uit dienstbetrekking wordt genoten. Deze omschrijving van het begrip loon is zeer ruim.
Een werkgever was van mening dat een betaling aan een werknemer pas loon kan vormen als deze betaling een beloning vormt voor door de werknemer verrichte arbeid. Die opvatting is beperkter dan het ruime loonbegrip van de wet en daarmee onjuist. Beslissend is namelijk of de betaling voortvloeit uit het bestaan van een (vroegere) dienstbetrekking.
De werkgever betaalde aan een deel van zijn werknemers een vergoeding ter compensatie van het nadeel dat was ontstaan door de invoering in de collectieve arbeidsovereenkomst van een nieuwe, verplichte, ziektekostenregeling. De werkgever meende dat deze compensatie onbelast aan de werknemers uitbetaald kon worden.
Volgens Hof Den Haag en de Hoge Raad ging het om een voordeel dat de werkgever als gevolg van een uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichting aan zijn werknemers verschafte. Behoudens uitzonderlijke situaties wordt een dergelijk voordeel genoten uit de dienstbetrekking. Ook de opvatting dat deze vergoeding naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel werd ervaren hield geen stand.
Volgens de Wet op de Loonbelasting is loon alles wat uit dienstbetrekking wordt genoten. Deze omschrijving van het begrip loon is zeer ruim.
Een werkgever was van mening dat een betaling aan een werknemer pas loon kan vormen als deze betaling een beloning vormt voor door de werknemer verrichte arbeid. Die opvatting is beperkter dan het ruime loonbegrip van de wet en daarmee onjuist. Beslissend is namelijk of de betaling voortvloeit uit het bestaan van een (vroegere) dienstbetrekking.
De werkgever betaalde aan een deel van zijn werknemers een vergoeding ter compensatie van het nadeel dat was ontstaan door de invoering in de collectieve arbeidsovereenkomst van een nieuwe, verplichte, ziektekostenregeling. De werkgever meende dat deze compensatie onbelast aan de werknemers uitbetaald kon worden.
Volgens Hof Den Haag en de Hoge Raad ging het om een voordeel dat de werkgever als gevolg van een uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichting aan zijn werknemers verschafte. Behoudens uitzonderlijke situaties wordt een dergelijk voordeel genoten uit de dienstbetrekking. Ook de opvatting dat deze vergoeding naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel werd ervaren hield geen stand.