
De Wet op de Omzetbelasting kent een vrijstelling voor het beheer van door beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen ter collectieve belegging bijeengebrachte vermogens. Voor toepassing van de vrijstelling is niet van belang of het gaat om een open of een besloten beleggingsinstelling. Het Hof van Justitie EU heeft in een arrest uit 2007 uitleg gegeven van het begrip "gemeenschappelijke beleggingsfondsen".
In een procedure voor Hof Den Bosch over de toepassing van deze vrijstelling door een ondernemer die het management voerde over een aantal vastgoedfondsen stelde de inspecteur zich op het standpunt dat geen sprake was van collectieve belegging, omdat de vastgoedfondsen hun vermogens hadden verkregen van enkele grote institutionele beleggers. Volgens de inspecteur geldt de vrijstelling alleen voor fondsen waarin kleine beleggers participeren. Volgens het hof is de uitleg van de inspecteur te beperkt. Ook als het kapitaal wordt verkregen door de uitreiking van aandelen en het rendement als dividend wordt uitbetaald, kan volgens het hof sprake zijn van een gemeenschappelijk beleggingsfonds.
De inspecteur bestreed verder dat de diensten die de ondernemer verleende aan de vastgoedfondsen beheersdiensten waren die kwalificeerden voor de vrijstelling.
Volgens het hof is het beheren van het vermogen van de opdrachtgever volgens de afgesloten managementovereenkomsten met de vastgoedfondsen een kenmerkend en essentieel onderdeel van het beheer van de vastgoedvennootschappen. Ook de algemene administratieve diensten zoals de financiƫle verslaglegging zijn volgens het hof kenmerkend en essentieel voor het beheer.