Civielrechtelijke verplichting gemeente voorkwam belastingheffing
Drie gemeenten waren gezamenlijk aandeelhouder van een bedrijf dat in deze gemeenten de gasvoorziening en kabeldiensten verzorgde. Bij de verkoop van deze aandelen kwamen zij met de koper overeen dat zij van de koper geen belasting zouden heffen voor het gebruiken van voorwerpen in, op of boven voor openbare dienst bestemde grond. Een van de betrokken gemeenten paste jaren later de precariobelasting aan en legde vanaf 2005 aan de koper aanslagen in de precariobelasting op. De rechtbank vernietigde weliswaar de opgelegde aanslagen, maar was wel van oordeel dat de gemeente in de toekomst wel aanslagen op mocht leggen mits zij dat zou doen met voorafgaande aankondiging of met inachtneming van een overgangstermijn.
Dat laatste oordeel deelde Hof Arnhem in hoger beroep niet. In de verkoopovereenkomst was de term “bevorderen dat geen heffingen worden opgelegd” opgenomen, maar volgens het hof wil dat niet zeggen dat de gemeente slechts een inspanningsverplichting op zich heeft genomen. De gemeente had zich civielrechtelijk verplicht om geen aanslagen precariobelasting op te leggen. Die verplichting gold nog altijd, nu er geen omstandigheden waren op grond waarvan dit anders zou zijn.
Drie gemeenten waren gezamenlijk aandeelhouder van een bedrijf dat in deze gemeenten de gasvoorziening en kabeldiensten verzorgde. Bij de verkoop van deze aandelen kwamen zij met de koper overeen dat zij van de koper geen belasting zouden heffen voor het gebruiken van voorwerpen in, op of boven voor openbare dienst bestemde grond. Een van de betrokken gemeenten paste jaren later de precariobelasting aan en legde vanaf 2005 aan de koper aanslagen in de precariobelasting op. De rechtbank vernietigde weliswaar de opgelegde aanslagen, maar was wel van oordeel dat de gemeente in de toekomst wel aanslagen op mocht leggen mits zij dat zou doen met voorafgaande aankondiging of met inachtneming van een overgangstermijn.<BR>Dat laatste oordeel deelde Hof Arnhem in hoger beroep niet. In de verkoopovereenkomst was de term “bevorderen dat geen heffingen worden opgelegd” opgenomen, maar volgens het hof wil dat niet zeggen dat de gemeente slechts een inspanningsverplichting op zich heeft genomen. De gemeente had zich civielrechtelijk verplicht om geen aanslagen precariobelasting op te leggen. Die verplichting gold nog altijd, nu er geen omstandigheden waren op grond waarvan dit anders zou zijn.