
Een ondernemer bood chauffeursdiensten aan. Wanneer een klant van deze dienst gebruik wilde maken, reed een auto met twee chauffeurs naar de klant, waarna één van de chauffeurs overstapte in de auto van de klant en hem naar zijn bestemming reed. De tweede chauffeur reed met de andere auto naar de plaats van bestemming om zijn collega op te halen en naar een volgende klant te brengen. De klant betaalde een starttarief en een tarief per kilometer.
De vraag was of op deze diensten het lage tarief voor de omzetbelasting kon worden toegepast. Voor taxivervoer als bedoeld in de Wet Personenvervoer 2000 geldt het lage tarief. Wanneer chauffeursdiensten onder taxivervoer vallen geldt het lage tarief. Zo niet, dan geldt het hoge tarief.
De Wet Personenvervoer 2000 geeft als omschrijving van taxivervoer het vervoeren van personen per auto tegen betaling.
De rechtbank Den Haag vindt dat de hier bedoelde chauffeursdiensten niet kunnen worden aangemerkt als taxivervoer, omdat de ondernemer niet valt onder voor taxivervoer geldende regels. Dat betekent dat het lage tarief niet van toepassing is op de chauffeursdiensten.