Chauffeur zonder vervoersvergunning was in dienstbetrekking
Volgens de Centrale Raad van Beroep was een chauffeur werkzaam in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot het moment waarop hij zelf een vervoersvergunning kreeg. In de periode daarvoor reed hij vrijwel uitsluitend voor één opdrachtgever en moest hij diens opdrachten na aanvaarding zelf uitvoeren. Er werd per rit met hem afgerekend, zodat naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep er ook een loonbetalingsverplichting was. Voor het constateren van een gezagsverhouding hechtte de Centrale Raad van Beroep grote waarde aan het ontbreken van een op eigen naam van de chauffeur gestelde vergunning voor goederenvervoer over de weg. Alleen met zo’n vergunning mag iemand als zelfstandig vervoerder optreden. Zolang de chauffeur die vergunning niet had was hij afhankelijk van de vergunning van zijn opdrachtgever. Het ontbreken van gezag was daarom niet waarschijnlijk. Die afhankelijkheid was verdwenen toen de chauffeur een eigen vervoersvergunning had.
Volgens de Centrale Raad van Beroep was een chauffeur werkzaam in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot het moment waarop hij zelf een vervoersvergunning kreeg. In de periode daarvoor reed hij vrijwel uitsluitend voor één opdrachtgever en moest hij diens opdrachten na aanvaarding zelf uitvoeren. Er werd per rit met hem afgerekend, zodat naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep er ook een loonbetalingsverplichting was. Voor het constateren van een gezagsverhouding hechtte de Centrale Raad van Beroep grote waarde aan het ontbreken van een op eigen naam van de chauffeur gestelde vergunning voor goederenvervoer over de weg. Alleen met zo’n vergunning mag iemand als zelfstandig vervoerder optreden. Zolang de chauffeur die vergunning niet had was hij afhankelijk van de vergunning van zijn opdrachtgever. Het ontbreken van gezag was daarom niet waarschijnlijk. Die afhankelijkheid was verdwenen toen de chauffeur een eigen vervoersvergunning had.