
Met ingang van 1 januari 2007 kent de Wet op de Omzetbelasting als belastbaar feit het privégebruik van tot het bedrijf behorende zaken waarvan de ondernemer de voorbelasting in aftrek heeft kunnen brengen.
Een ondernemer bestreed de aan hem opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting die betrekking had op het privégebruik van de tot zijn ondernemingsvermogen behorende woning met de stelling dat er geen vergoeding voor het gebruik in rekening was gebracht.
De wet stelt, in overeenstemming met de Btw-richtlijn 2006, het privégebruik gelijk met een dienst onder bezwarende titel. Dat betekent dat de betreffende ondernemer geacht wordt een vergoeding te genieten.
De wetswijziging is bedoeld om de wet aan te passen aan de Zesde richtlijn en de Btw-richtlijn 2006. Deze aanpassing heeft tot gevolg dat de ondernemer vanaf de invoering van die wetswijziging vanwege het privégebruik van de woning omzetbelasting verschuldigd is. Dat is volgens de Hoge Raad geen schending van een op het gemeenschapsrecht gebaseerd gewettigd vertrouwen. Het aanpassen van de wet is ook niet in strijd met het EVRM.