
Bij een intracommunautaire transactie geldt als uitgangspunt de toepassing van het nultarief bij de leverancier en toepassing van de verleggingsregeling bij de afnemer. Volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie EU kunnen belastingplichtigen ingeval van fraude, misbruik of belastingontwijking geen beroep doen op het gemeenschapsrecht. Wanneer het risico bestaat dat intracommunautaire transacties niet in de heffing van omzetbelasting worden betrokken, kan worden afgeweken van de normale regeling van btw-heffing. Het evenredigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van fiscale neutraliteit verhinderen dat niet mits de betrokkenheid van de leverancier bij de fraude vaststaat.
In een voorkomend geval van fraude in Italiƫ had de Italiaanse belastingdienst over de intracommunautaire verwervingen belasting geheven en de aftrek van voorbelasting geweigerd. De Nederlandse leverancier had de juiste informatie aan de Nederlandse belastingdienst verstrekt over de identiteit van de afnemers en het vervoer van de goederen. Onder deze omstandigheden is volgens Hof Den Bosch bij de leverancier een afwijking van het normale btw-regime niet gerechtvaardigd. Dat betekende toepassing van het nultarief en recht op aftrek van voorbelasting voor de leverancier.
De belastingdienst had de toepassing van het nultarief geweigerd vanwege de geconstateerde fraude. Volgens het hof zou belastingheffing neerkomen op het opleggen van met boeten vergelijkbare sancties. Dat is niet toegestaan.