Brief aan Eerste Kamer over Natuurschoonwet
De Natuurschoonwet 1928 (NSW) is bedoeld als een fiscale lastenverlichting om landgoedeigenaren beter in staat te stellen hun landgoed in stand te houden. Landgoederen zijn van belang voor het natuurbehoud, de natuurontwikkeling en vanuit cultuurhistorisch oogpunt. De laatste decennia wordt de NSW meer en meer gebruikt als instrument voor belastingbesparing en estateplanning. De belastingfaciliteiten van de NSW kwamen niet of nauwelijks ten goede aan de daarvoor bestemde doelen. In het Belastingplan 2000 zijn reparaties van de NSW opgenomen. Een deel daarvan wacht op nadere uitwerking in het Rangschikkingsbesluit NSW. Het gaat dan om de zogenoemde “postzegellandgoederen”. De NSW biedt de mogelijkheid om kleine percelen fiscaal samen te trekken met een aangrenzend landgoed. Daardoor komen de fiscale faciliteiten toe aan de eigenaar van dat kleine perceel, die geen bijdrage levert aan het instandhouden van het echte landgoed. Deze constructie werd een standaardmanier om overdrachtsbelasting te vermijden en biedt voorts faciliteiten op het gebied van het successie- en schenkingsrecht en de onroerende-zaakbelasting. De maatregelen uit het Belastingplan 2000 zijn in het Belastingplan 2006 versoepeld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vormen van erfpacht waarbij de economische eigendom berust bij de grondeigenaar en die waarbij de economische eigendom overgaat op de erfpachter. De eerste variant is mogelijk met behoud van fiscale faciliteiten. De tweede wordt gelijkgesteld met een verkoop waarmee recht wordt gedaan aan de onderliggende economische realiteit. Kleine percelen die historisch verbonden zijn met een landgoed kunnen onder de werkingssfeer van de NSW worden gebracht, ook al hebben zij een andere eigenaar. Van een landgoed met een historisch daarmee verbonden buitenhuis kan het buitenhuis in erfpacht worden uitgegeven en toch onder de NSW blijven. De staatssecretaris is van plan om in het Rangschikkingsbesluit te bepalen dat deze regeling voor gebouwen alleen geldt indien deze dateren van vóór 1940.
De Natuurschoonwet 1928 (NSW) is bedoeld als een fiscale lastenverlichting om landgoedeigenaren beter in staat te stellen hun landgoed in stand te houden. Landgoederen zijn van belang voor het natuurbehoud, de natuurontwikkeling en vanuit cultuurhistorisch oogpunt. De laatste decennia wordt de NSW meer en meer gebruikt als instrument voor belastingbesparing en estateplanning. De belastingfaciliteiten van de NSW kwamen niet of nauwelijks ten goede aan de daarvoor bestemde doelen. In het Belastingplan 2000 zijn reparaties van de NSW opgenomen. Een deel daarvan wacht op nadere uitwerking in het Rangschikkingsbesluit NSW. Het gaat dan om de zogenoemde “postzegellandgoederen”. De NSW biedt de mogelijkheid om kleine percelen fiscaal samen te trekken met een aangrenzend landgoed. Daardoor komen de fiscale faciliteiten toe aan de eigenaar van dat kleine perceel, die geen bijdrage levert aan het instandhouden van het echte landgoed. Deze constructie werd een standaardmanier om overdrachtsbelasting te vermijden en biedt voorts faciliteiten op het gebied van het successie- en schenkingsrecht en de onroerende-zaakbelasting. De maatregelen uit het Belastingplan 2000 zijn in het Belastingplan 2006 versoepeld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vormen van erfpacht waarbij de economische eigendom berust bij de grondeigenaar en die waarbij de economische eigendom overgaat op de erfpachter. De eerste variant is mogelijk met behoud van fiscale faciliteiten. De tweede wordt gelijkgesteld met een verkoop waarmee recht wordt gedaan aan de onderliggende economische realiteit. Kleine percelen die historisch verbonden zijn met een landgoed kunnen onder de werkingssfeer van de NSW worden gebracht, ook al hebben zij een andere eigenaar. Van een landgoed met een historisch daarmee verbonden buitenhuis kan het buitenhuis in erfpacht worden uitgegeven en toch onder de NSW blijven. De staatssecretaris is van plan om in het Rangschikkingsbesluit te bepalen dat deze regeling voor gebouwen alleen geldt indien deze dateren van vóór 1940.