BPM-vrijstelling verhuisboedel geldt ook voor auto die eerst van de werkgever was

De wet Belasting van Personenauto’s en Motorrijtuigen kent een vrijstelling voor auto’s die tot de verhuisboedel horen van personen die buiten Nederland wonen en naar Nederland verhuizen. Iemand die in Oostenrijk had gewerkt en in die periode van zijn werkgever een personenauto voor zakelijk en persoonlijk gebruik ter beschikking had, deed een beroep op de vrijstelling. In verband met zijn overplaatsing naar Nederland nam hij de auto over van zijn werkgever, kort voor zijn terugkeer naar Nederland. De belastingdienst weigerde de vrijstelling omdat hij de auto nog geen zes maanden ter beschikking had. Hof Den Bosch was van oordeel dat de vrijstelling wel van toepassing was. De staatssecretaris van Financiën ging in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie EG heeft de staatssecretaris het beroep in cassatie ingetrokken. Volgens het Hof van Justitie EG moest de auto in kwestie als een persoonlijk goed worden gezien dat ten minste zes maanden vóór de datum waarop de belanghebbende uit het land van herkomst vertrok, is gebruikt en dat bestemd is om voor hetzelfde doel te worden gebruikt in de nieuwe normale verblijfplaats.In de specifieke omstandigheden van dit arrest oefende de werknemer de feitelijke macht uit over de auto en had hij deze tenminste zes maanden vóór zijn vertrek uit Oostenrijk in zijn bezit.
De wet Belasting van Personenauto’s en Motorrijtuigen kent een vrijstelling voor auto’s die tot de verhuisboedel horen van personen die buiten Nederland wonen en naar Nederland verhuizen. Iemand die in Oostenrijk had gewerkt en in die periode van zijn werkgever een personenauto voor zakelijk en persoonlijk gebruik ter beschikking had, deed een beroep op de vrijstelling. In verband met zijn overplaatsing naar Nederland nam hij de auto over van zijn werkgever, kort voor zijn terugkeer naar Nederland. De belastingdienst weigerde de vrijstelling omdat hij de auto nog geen zes maanden ter beschikking had. Hof Den Bosch was van oordeel dat de vrijstelling wel van toepassing was. De staatssecretaris van Financiën ging in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie EG heeft de staatssecretaris het beroep in cassatie ingetrokken. Volgens het Hof van Justitie EG moest de auto in kwestie als een persoonlijk goed worden gezien dat ten minste zes maanden vóór de datum waarop de belanghebbende uit het land van herkomst vertrok, is gebruikt en dat bestemd is om voor hetzelfde doel te worden gebruikt in de nieuwe normale verblijfplaats.In de specifieke omstandigheden van dit arrest oefende de werknemer de feitelijke macht uit over de auto en had hij deze tenminste zes maanden vóór zijn vertrek uit Oostenrijk in zijn bezit.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u