Bovenmatige autokostenvergoeding op basis managementovereenkomst was loon
Een BV betaalde jaarlijks een autokostenvergoeding van ƒ 12.000 aan haar directeur, een management-BV. Het UWV was van mening dat de DGA van de management-BV in dienstbetrekking was bij de BV en merkte de betaalde managementfee aan als loon. Ook de autokostenvergoeding werd als premieplichtig loon aangemerkt omdat deze bovenmatig was. Het UWV legde premiecorrectienota’s op aan de BV. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat het UWV de autokostenvergoeding terecht als loon had aangemerkt omdat de verzekeringsplicht van de DGA vaststond. De DGA was op basis van een managementovereenkomst met de BV als directeur voor de BV werkzaam. De daarvoor betaalde vergoeding had het UWV terecht aangemerkt als loon dat aan de DGA ten goede kwam. De BV moest daarover premies afdragen. De autokostenvergoeding werd uitbetaald naast een vergoeding voor daadwerkelijk gereden zakelijke kilometers en was daarom bovenmatig.
Een BV betaalde jaarlijks een autokostenvergoeding van ƒ 12.000 aan haar directeur, een management-BV. Het UWV was van mening dat de DGA van de management-BV in dienstbetrekking was bij de BV en merkte de betaalde managementfee aan als loon. Ook de autokostenvergoeding werd als premieplichtig loon aangemerkt omdat deze bovenmatig was. Het UWV legde premiecorrectienota’s op aan de BV. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat het UWV de autokostenvergoeding terecht als loon had aangemerkt omdat de verzekeringsplicht van de DGA vaststond. De DGA was op basis van een managementovereenkomst met de BV als directeur voor de BV werkzaam. De daarvoor betaalde vergoeding had het UWV terecht aangemerkt als loon dat aan de DGA ten goede kwam. De BV moest daarover premies afdragen. De autokostenvergoeding werd uitbetaald naast een vergoeding voor daadwerkelijk gereden zakelijke kilometers en was daarom bovenmatig.