
Een ondernemer heeft in het algemeen de keuze om zaken die hij voor zijn bedrijf gebruikt, tot zijn ondernemingsvermogen of tot zijn privévermogen te rekenen. De redelijkheid bepaalt de grens van de keuzevrijheid van de ondernemer: soms behoren zaken verplicht tot het privé- of het ondernemingsvermogen.
Een landbouwer kocht in het jaar 2000 een perceel cultuurgrond van ruim
De inspecteur was van menig dat de landbouwer de bouwvergunning als particulier niet had kunnen krijgen. Hof Amsterdam oordeelde dat het benadrukken van de noodzaak van de bouw van een bedrijfswoning voor het bedrijf bij de aanvraag van de bouwvergunning niet meebrengt dat de bouwvergunning tot het ondernemingsvermogen moest behoren. Volgens het hof was het moeilijk om de bouwvergunning los te zien van het perceel grond waarop de bouwvergunning betrekking heeft. Daarom vond het hof dat de landbouwer de verkregen bouwvergunning tot zijn privévermogen mocht rekenen.
Bron: Hof Amsterdam | jurisprudentie | LJNBW4430, 10/00337 | 09-05-2012