Bouwrecht was nagekomen bate van onderneming
De Regeling Beëindiging Veehouderijtakken van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bood veehouders de mogelijkheid om hun bedrijf te beëindigen tegen een vergoeding van de staat. Op grond van deze regeling verstrekte het ministerie onder meer een subsidie voor de sloop van de bedrijfsgebouwen. Bijna iedere veehouder die van de regeling gebruik maakte koos eerst voor een sloopsubsidie om deze binnen vijf jaar in te ruilen voor een bouwvergunning.
Een veehouder die gebruik maakte van deze regeling ontving in 2001 een sloopsubsidie van € 58.379, die als nagekomen bedrijfsbate werd belast. De veehouder diende een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een woning. Deze werd in 2002 verleend. Dat had tot gevolg dat de eerder verleende sloopsubsidie moest worden terugbetaald. De inspecteur belastte de waarde van het bouwrecht in 2002 als een nagekomen bedrijfsbate onder aftrek van de werkelijke sloopkosten en de terugbetaalde sloopsubsidie. Door de toekenning van de bouwvergunning wijzigde de bestemming van de grond en steeg de waarde van de grond. Vanwege de band met de bedrijfsuitoefening was Hof Arnhem van oordeel dat de inspecteur deze waardestijging terecht als nagekomen bedrijfsopbrengst had aangemerkt. Om de waardestijging te behalen was het nodig dat het bedrijf werd beëindigd en dat de bedrijfsopstallen werden gesloopt.
De Regeling Beëindiging Veehouderijtakken van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bood veehouders de mogelijkheid om hun bedrijf te beëindigen tegen een vergoeding van de staat. Op grond van deze regeling verstrekte het ministerie onder meer een subsidie voor de sloop van de bedrijfsgebouwen. Bijna iedere veehouder die van de regeling gebruik maakte koos eerst voor een sloopsubsidie om deze binnen vijf jaar in te ruilen voor een bouwvergunning.
Een veehouder die gebruik maakte van deze regeling ontving in 2001 een sloopsubsidie van € 58.379, die als nagekomen bedrijfsbate werd belast. De veehouder diende een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een woning. Deze werd in 2002 verleend. Dat had tot gevolg dat de eerder verleende sloopsubsidie moest worden terugbetaald. De inspecteur belastte de waarde van het bouwrecht in 2002 als een nagekomen bedrijfsbate onder aftrek van de werkelijke sloopkosten en de terugbetaalde sloopsubsidie. Door de toekenning van de bouwvergunning wijzigde de bestemming van de grond en steeg de waarde van de grond. Vanwege de band met de bedrijfsuitoefening was Hof Arnhem van oordeel dat de inspecteur deze waardestijging terecht als nagekomen bedrijfsopbrengst had aangemerkt. Om de waardestijging te behalen was het nodig dat het bedrijf werd beëindigd en dat de bedrijfsopstallen werden gesloopt.