Bouwgrond overgeheveld naar privé
Een veehouder was betrokken bij een ruilverkaveling. De oude locaties waren onderdeel van zijn ondernemingsvermogen. Hij ruilde deze locaties voor één nieuw perceel, waarop de bouw van een dienstwoning was toegestaan. De veehouder rekende de ondergrond en het erf van de nog te bouwen woning tot zijn privévermogen, uitgaande van de waarde van de grond als cultuurgrond. De inspecteur corrigeerde de winst door uit te gaan van de waarde bij de bestemming bouwgrond, omdat de landbouwvrijstelling niet van toepassing was.
De veehouder had de bouwkavel verkregen als ondernemer. De waardestijging van de grond door de bestemmingswijziging van cultuurgrond naar bouwgrond was onlosmakelijk verbonden met de activiteiten van de onderneming. Hof Arnhem volgde deze opvatting. De bij de ruilverkaveling verkregen grond, inclusief de bouwkavel, had binnen de onderneming de plaats ingenomen van de afgestane grond en behoorde daarom tot het ondernemingsvermogen. Daarna werd de bouwkavel vanuit het ondernemingsvermogen naar het privévermogen van de veehouder overgebracht. Op het moment waarop de veehouder de bouwkavel tot zijn privévermogen rekende stond vast, dat hierop een bedrijfswoning mocht worden gebouwd. Bij het overbrengen van de grond naar het privévermogen gold daarom de waarde als bouwgrond. De waardestijging van de bouwkavel vormde winst uit onderneming die bij de onttrekking aan de onderneming werd gerealiseerd. Het voordeel hield verband met het gebruik van de grond buiten de landbouw, zodat de landbouwvrijstelling niet van toepassing was.
Een veehouder was betrokken bij een ruilverkaveling. De oude locaties waren onderdeel van zijn ondernemingsvermogen. Hij ruilde deze locaties voor één nieuw perceel, waarop de bouw van een dienstwoning was toegestaan. De veehouder rekende de ondergrond en het erf van de nog te bouwen woning tot zijn privévermogen, uitgaande van de waarde van de grond als cultuurgrond. De inspecteur corrigeerde de winst door uit te gaan van de waarde bij de bestemming bouwgrond, omdat de landbouwvrijstelling niet van toepassing was.
De veehouder had de bouwkavel verkregen als ondernemer. De waardestijging van de grond door de bestemmingswijziging van cultuurgrond naar bouwgrond was onlosmakelijk verbonden met de activiteiten van de onderneming. Hof Arnhem volgde deze opvatting. De bij de ruilverkaveling verkregen grond, inclusief de bouwkavel, had binnen de onderneming de plaats ingenomen van de afgestane grond en behoorde daarom tot het ondernemingsvermogen. Daarna werd de bouwkavel vanuit het ondernemingsvermogen naar het privévermogen van de veehouder overgebracht. Op het moment waarop de veehouder de bouwkavel tot zijn privévermogen rekende stond vast, dat hierop een bedrijfswoning mocht worden gebouwd. Bij het overbrengen van de grond naar het privévermogen gold daarom de waarde als bouwgrond. De waardestijging van de bouwkavel vormde winst uit onderneming die bij de onttrekking aan de onderneming werd gerealiseerd. Het voordeel hield verband met het gebruik van de grond buiten de landbouw, zodat de landbouwvrijstelling niet van toepassing was.