Borgstelling door dga
Het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen door iemand aan een BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, leidt er toe dat het vermogensbestanddeel niet in box 3 maar in box 1 valt. Dat geldt ook voor vorderingen op een BV. De aanmerkelijk belanghouder geldt voor de inkomsten uit dergelijke vermogensbestanddelen als resultaatgenieter. Resultaatgenieters zijn verplicht een balans op te stellen waarop de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen zijn opgenomen.
Een 50% aandeelhouder van een BV had zich borg gesteld voor schulden die de BV had aan een bank voor een bedrag van € 500.000. Na het faillissement van de BV sprak de bank de aandeelhouder aan voor het bedrag van de borgstelling. In 2006 werd een bedrag van € 16.500 aan de bank betaald. De aandeelhouder verwerkte in zijn aangifte inkomstenbelasting een negatief resultaat uit werkzaamheid van € 500.000. Dit verlies bestond uit een afwaardering van de regresvordering op de BV.
Bij het aangaan van een borgtochtovereenkomst is nog geen sprake van een regresvordering. Die vordering ontstaat op het moment dat de borg wordt aangesproken omdat de eigenlijke schuldenaar niet kan betalen. Als daarna blijkt dat de regresvordering niet kan worden geïnd door de slechte financiële positie van de schuldenaar, kan de vordering worden afgewaardeerd ten laste van het inkomen in box 1.
Slechts voor het feitelijk betaalde bedrag was een regresvordering ontstaan, die vanwege het faillissement ten laste van het inkomen kon worden afgewaardeerd.
Ook het opnemen van een schuld van € 483.500 op de balans was niet toegestaan, omdat noch de aansprakelijkstelling door de bank, noch de schuld aan de bank tot de werkzaamheid behoort.
Het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen door iemand aan een BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, leidt er toe dat het vermogensbestanddeel niet in box 3 maar in box 1 valt. Dat geldt ook voor vorderingen op een BV. De aanmerkelijk belanghouder geldt voor de inkomsten uit dergelijke vermogensbestanddelen als resultaatgenieter. Resultaatgenieters zijn verplicht een balans op te stellen waarop de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen zijn opgenomen.
Een 50% aandeelhouder van een BV had zich borg gesteld voor schulden die de BV had aan een bank voor een bedrag van € 500.000. Na het faillissement van de BV sprak de bank de aandeelhouder aan voor het bedrag van de borgstelling. In 2006 werd een bedrag van € 16.500 aan de bank betaald. De aandeelhouder verwerkte in zijn aangifte inkomstenbelasting een negatief resultaat uit werkzaamheid van € 500.000. Dit verlies bestond uit een afwaardering van de regresvordering op de BV.
Bij het aangaan van een borgtochtovereenkomst is nog geen sprake van een regresvordering. Die vordering ontstaat op het moment dat de borg wordt aangesproken omdat de eigenlijke schuldenaar niet kan betalen. Als daarna blijkt dat de regresvordering niet kan worden geïnd door de slechte financiële positie van de schuldenaar, kan de vordering worden afgewaardeerd ten laste van het inkomen in box 1.
Slechts voor het feitelijk betaalde bedrag was een regresvordering ontstaan, die vanwege het faillissement ten laste van het inkomen kon worden afgewaardeerd.
Ook het opnemen van een schuld van € 483.500 op de balans was niet toegestaan, omdat noch de aansprakelijkstelling door de bank, noch de schuld aan de bank tot de werkzaamheid behoort.