Boeten wegens te late betaling vernietigd door omstandigheden

De Belastingdienst heeft de mogelijkheid om aan ondernemers die hun aangiften omzetbelasting of loonbelasting en premies volksverzekeringen niet tijdig doen een verzuimboete op te leggen. Ook bij tijdige aangifte maar niet tijdige betaling van aangegeven bedragen kan een boete opgelegd worden. Van deze mogelijkheid maakte de Belastingdienst gebruik bij een bedrijf dat in de liquiditeitsproblemen was geraakt door een in 2003 geleden verlies en tegenvallende omzet in 2004. Het bedrijf betaalde de verschuldigde loonbelasting en premieheffing over enkele maanden in 2003 en voor de maanden januari en februari 2004 te laat. Vanaf mei 2004 werden meerdere aangegeven bedragen niet tijdig betaald. De betalingsonmacht werd steeds tijdig gemeld bij de ontvanger. Wanneer de liquiditeit het toeliet werd de verschuldigde belasting tijdig betaald. De huisbankier was niet bereid om een tijdelijke aanvullende financiering te verstrekken om de belastingschulden te voldoen. In plaats daarvan wilde de bank de lopende financiering beperken. De opgelegde fiscale boeten (in totaal ongeveer € 50.000) en de invorderingskosten en –rente verslechterden de liquiditeitspositie verder. Hof Arnhem was van oordeel dat onder deze omstandigheden de Belastingdienst het opleggen van een verzuimboete volledig achterwege had moeten laten. Aangezien tegen een deel van de opgelegde boete geen bezwaar en beroep was ingesteld kon het Hof slechts de helft van de opgelegde boetebeschikkingen vernietigen. Het niet bestreden deel van de verzuimboeten vormde al ruim voldoende straf voor alle verzuimen.
De Belastingdienst heeft de mogelijkheid om aan ondernemers die hun aangiften omzetbelasting of loonbelasting en premies volksverzekeringen niet tijdig doen een verzuimboete op te leggen. Ook bij tijdige aangifte maar niet tijdige betaling van aangegeven bedragen kan een boete opgelegd worden.
Van deze mogelijkheid maakte de Belastingdienst gebruik bij een bedrijf dat in de liquiditeitsproblemen was geraakt door een in 2003 geleden verlies en tegenvallende omzet in 2004. Het bedrijf betaalde de verschuldigde loonbelasting en premieheffing over enkele maanden in 2003 en voor de maanden januari en februari 2004 te laat. Vanaf mei 2004 werden meerdere aangegeven bedragen niet tijdig betaald. De betalingsonmacht werd steeds tijdig gemeld bij de ontvanger. Wanneer de liquiditeit het toeliet werd de verschuldigde belasting tijdig betaald. De huisbankier was niet bereid om een tijdelijke aanvullende financiering te verstrekken om de belastingschulden te voldoen. In plaats daarvan wilde de bank de lopende financiering beperken. De opgelegde fiscale boeten (in totaal ongeveer € 50.000) en de invorderingskosten en –rente verslechterden de liquiditeitspositie verder.
Hof Arnhem was van oordeel dat onder deze omstandigheden de Belastingdienst het opleggen van een verzuimboete volledig achterwege had moeten laten. Aangezien tegen een deel van de opgelegde boete geen bezwaar en beroep was ingesteld kon het Hof slechts de helft van de opgelegde boetebeschikkingen vernietigen. Het niet bestreden deel van de verzuimboeten vormde al ruim voldoende straf voor alle verzuimen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u