
De Hoge Raad heeft een uitspraak van Hof Amsterdam vernietigd. De uitspraak heeft betrekking op navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1990 tot en met 2000. Tegelijk met de navorderingsaanslagen zijn boetes opgelegd. Het hof verklaarde de tegen de uitspraken op bezwaar ingestelde beroepen gegrond en verminderde de navorderingsaanslagen en de boetebeschikkingen.
In zijn uitspraak heeft het hof niet voldoende rekening gehouden voor wat betreft de beoordeling van de boetes met een arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011, waarin de Hoge Raad enige beslissingen met een algemene strekking heeft gegeven in een vergelijkbare zaak.
Hof Den Haag moet nu onderzoeken of de inspecteur voor elk van de jaren 1990 het bewijs heeft geleverd dat de belanghebbende het beboetbare feit heeft begaan, en zo ja, of de opgelegde boetes een passende en geboden straf voor de begane vergrijpen zijn.