Boete bij onterechte lijfrentepremieaftrek
Voor het opleggen van een boete aan een belastingplichtige bij een aanslag inkomstenbelasting moet tenminste sprake zijn van grove schuld aan de kant van de belastingplichtige. Daarvan is sprake als de belastingplichtige persoonlijk een gedraging kan worden verweten die tot gevolg heeft dat te weinig belasting is geheven, terwijl de belastingplichtige had moeten of kunnen begrijpen dat door zijn gedraging te weinig belasting zou kunnen worden geheven. Volgens de rechtbank Leeuwarden was aan deze voorwaarden voldaan door een belastingplichtige die ten onrechte de premie van een kapitaalverzekering als lijfrentepremie in aftrek had gebracht. De belastingplichtige had de polis niet aan zijn adviseur ter inzage gegeven en had geen eindcontrole uitgevoerd op de door de adviseur opgestelde aangifte.
Gelet op de duur en de omvang van de uit de kapitaalverzekering voortvloeiende verplichtingen lag het voor de hand dat de belastingplichtige zich heeft laten voorlichten over de fiscale consequenties van de polis. Redelijkerwijs had hem bekend moeten zijn dat de premies niet aftrekbaar waren. De rechtbank vond een boete van 25% van de nagevorderde belasting passend en geboden.
Voor het opleggen van een boete aan een belastingplichtige bij een aanslag inkomstenbelasting moet tenminste sprake zijn van grove schuld aan de kant van de belastingplichtige. Daarvan is sprake als de belastingplichtige persoonlijk een gedraging kan worden verweten die tot gevolg heeft dat te weinig belasting is geheven, terwijl de belastingplichtige had moeten of kunnen begrijpen dat door zijn gedraging te weinig belasting zou kunnen worden geheven. Volgens de rechtbank Leeuwarden was aan deze voorwaarden voldaan door een belastingplichtige die ten onrechte de premie van een kapitaalverzekering als lijfrentepremie in aftrek had gebracht. De belastingplichtige had de polis niet aan zijn adviseur ter inzage gegeven en had geen eindcontrole uitgevoerd op de door de adviseur opgestelde aangifte.
Gelet op de duur en de omvang van de uit de kapitaalverzekering voortvloeiende verplichtingen lag het voor de hand dat de belastingplichtige zich heeft laten voorlichten over de fiscale consequenties van de polis. Redelijkerwijs had hem bekend moeten zijn dat de premies niet aftrekbaar waren. De rechtbank vond een boete van 25% van de nagevorderde belasting passend en geboden.