
Een inwoner van het Verenigd Koninkrijk (VK) ontving uit Nederland een AOW-uitkering en een ouderdomspensioen van het ABP. Op grond van de op 1 januari
Volgens de Centrale Raad van Beroep mocht Nederland op grond van de wet en de EG-verordening zorgverzekeringsbijdrage inhouden op het pensioen. Voor zover sprake was van dubbele premieheffing of soortgelijke inhoudingen, waren deze op grond van de EG-verordening in het VK niet invorderbaar.
Op het pensioen werd ook een bijdrage AWBZ ingehouden. Anders dan voor inwoners van Nederland ging het niet om premie voor de verplichte AWBZ-verzekering, maar om een component van de totale bijdrage voor de zorg in het woonland. In een eerdere procedure heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat geen sprake is van een overduidelijke onevenredigheid bij de ongelijke behandeling van bijdrageplichtigen in het buitenland en in Nederland wonende premieplichtigen. De Centrale Raad van Beroep wees de stelling van de belanghebbende dat hij door de inhouding van de bijdrage AWBZ werd belemmerd in zijn vrije verkeer af.