
Behoudens de toepassing van een vrijstelling moeten ondernemers omzetbelasting in rekening brengen over de prestaties die zij verrichten. Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie EG is sprake van een prestatie als de verbintenis waarop de prestatie is gebaseerd een voordeel oplevert voor de betaler van de tegenprestatie. Omzetbelasting wordt berekend over de volledige tegenprestatie. Wel moet er een rechtstreeks verband bestaan tussen de verrichte dienst en de ontvangen tegenprestatie. Dat deed zich voor in de volgende situatie.
Om te voorzien in de woonbehoefte van buitenlandse studenten sloten drie hogescholen een samenwerkingsovereenkomst met een woningbouwvereniging. De woningbouwvereniging zou zorgen voor de realisatie van een aantal studentenkamers en voor de verhuur daarvan. De hogescholen garandeerden gedurende de eerste drie jaar een bezetting van 100% en daarnaast een bijdrage in het exploitatieresultaat van de wooneenheden voor de resterende jaren.
De woningbouwvereniging bracht aan de hogescholen gezamenlijk een bedrag van €
De rechtbank Leeuwarden vond dat de aan de hogescholen in rekening gebrachte bedragen de tegenwaarde vormden voor de verbintenis waartoe de woningbouwvereniging zich had verplicht. De woningbouwvereniging verrichtte een belastbare dienst aan de hogescholen, die niet kon worden gekwalificeerd als verhuur. De hogescholen hadden zelf namelijk niet de beschikking over de wooneenheden gekregen. De rechtbank merkte de door de hogescholen betaalde vergoeding aan als de daadwerkelijke tegenwaarde van de door de woningbouwvereniging verrichte dienst en niet als een gedeeltelijke huurvergoeding. Dat betekende dat het normale tarief op deze dienst van toepassing was.