Bij staking onderneming alsnog afrekenen over om niet verkregen erfpachtrecht

Twee broers zetten na het overlijden van hun vader in 1987 diens landbouwbedrijf in maatschapsverband met hun moeder voort. De ouders waren in 1984 gescheiden. De vader had in 1975 om niet een recht van erfpacht verkregen. Het recht van erfpacht rekende de vader tot zijn ondernemingsvermogen, maar de waarde van dit recht had hij nooit geactiveerd. Na het overlijden vond scheiding en deling van de huwelijksgemeenschap en van de nalatenschap van de vader plaats. Aan ieder van de zoons werd de onverdeelde helft van het bedrijfsvermogen van de vader toegedeeld. De broers deden een verzoek om geruisloze doorschuiving van de onderneming van hun vader. In 1999 staakten de maatschapsleden hun onderneming en verkochten de broers het recht van erfpacht. In geschil was of de aanvangswaarde van het recht van erfpacht onderdeel was van de stakingswinst. De broers waren van menig dat een deel hiervan al in 1984 in verband met de echtscheiding in de belastingheffing was betrokken of had moeten zijn betrokken, waardoor belastingheffing in 1999 niet meer mogelijk was. Er was destijds een fout gemaakt door de aanvangswaarde van het erfpachtrecht niet te activeren. Was dat wel gedaan dan zou het erfpachtrecht op de fiscale balans per 1 januari 1999 van de broers zijn geactiveerd. Deze fout kon en mocht volgens de broers worden hersteld door correctie van hun fiscale balans per 1 januari 1999. Volgens dit standpunt zou de helft van de aanvangswaarde van het erfpachtrecht zonder mogelijkheid tot herstel onbelast blijven, ondanks dat dit deel behoorde tot de winst uit onderneming. De rechtbank stond daarom herstel van de gemaakte fout niet toe. Vanwege de geruisloze doorschuiving van de onderneming vond de rechtbank niet van belang dat de ten onrechte niet geheven belasting niet verschuldigd was door eisers maar door de vader.
Twee broers zetten na het overlijden van hun vader in 1987 diens landbouwbedrijf in maatschapsverband met hun moeder voort. De ouders waren in 1984 gescheiden. De vader had in 1975 om niet een recht van erfpacht verkregen. Het recht van erfpacht rekende de vader tot zijn ondernemingsvermogen, maar de waarde van dit recht had hij nooit geactiveerd. Na het overlijden vond scheiding en deling van de huwelijksgemeenschap en van de nalatenschap van de vader plaats. Aan ieder van de zoons werd de onverdeelde helft van het bedrijfsvermogen van de vader toegedeeld. De broers deden een verzoek om geruisloze doorschuiving van de onderneming van hun vader. In 1999 staakten de maatschapsleden hun onderneming en verkochten de broers het recht van erfpacht. In geschil was of de aanvangswaarde van het recht van erfpacht onderdeel was van de stakingswinst. De broers waren van menig dat een deel hiervan al in 1984 in verband met de echtscheiding in de belastingheffing was betrokken of had moeten zijn betrokken, waardoor belastingheffing in 1999 niet meer mogelijk was. Er was destijds een fout gemaakt door de aanvangswaarde van het erfpachtrecht niet te activeren. Was dat wel gedaan dan zou het erfpachtrecht op de fiscale balans per 1 januari 1999 van de broers zijn geactiveerd. Deze fout kon en mocht volgens de broers worden hersteld door correctie van hun fiscale balans per 1 januari 1999. Volgens dit standpunt zou de helft van de aanvangswaarde van het erfpachtrecht zonder mogelijkheid tot herstel onbelast blijven, ondanks dat dit deel behoorde tot de winst uit onderneming. De rechtbank stond daarom herstel van de gemaakte fout niet toe. Vanwege de geruisloze doorschuiving van de onderneming vond de rechtbank niet van belang dat de ten onrechte niet geheven belasting niet verschuldigd was door eisers maar door de vader.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u