Bij middelingsteruggaaf is terecht indeling in tariefgroep 2 toegepast
Om de progressie in het inkomstenbelastingtarief bij sterk wisselende inkomens te verminderen kent de wet de middelingsregeling. De inkomens over een aaneengesloten periode van drie jaar worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door drie. Aan ieder van de drie jaar wordt het gemiddelde inkomen toegerekend. Vervolgens wordt de belasting per jaar berekend over het gemiddelde inkomen, uitgaande van de tarieven van de betreffende jaren en rekening houdend met de geldende belastingvrije sommen resp. heffingskortingen. Als de berekende belasting meer dan ƒ 1.200 (thans € 500) lager is dan de oorspronkelijk geheven belasting wordt het meerdere teruggegeven. Over een dergelijke teruggaaf is voor Hof Den Bosch een procedure gevoerd. In geschil was de toepassing van de tariefgroep en de hoogte van de teruggaaf. De inspecteur had de belastingplichtige in tariefgroep 2 ingedeeld. Omdat de belastingplichtige niet had gevraagd om indeling in tariefgroep 3 en ook niet bewees dat hij op die indeling recht had, was indeling in tariefgroep 2 terecht gebeurd volgens het Hof. De berekening van de inspecteur was volgens de wettelijke regeling gedaan en dus akkoord. Opmerking verdient, dat in het inkomen van een van de jaren van het middelingstijdvak een nabetaling over een eerder jaar was begrepen. Deze nabetaling was buiten het te middelen inkomen gelaten, waarschijnlijk omdat daarop het bijzondere tarief van toepassing was.
Om de progressie in het inkomstenbelastingtarief bij sterk wisselende inkomens te verminderen kent de wet de middelingsregeling. De inkomens over een aaneengesloten periode van drie jaar worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door drie. Aan ieder van de drie jaar wordt het gemiddelde inkomen toegerekend. Vervolgens wordt de belasting per jaar berekend over het gemiddelde inkomen, uitgaande van de tarieven van de betreffende jaren en rekening houdend met de geldende belastingvrije sommen resp. heffingskortingen. Als de berekende belasting meer dan ƒ 1.200 (thans € 500) lager is dan de oorspronkelijk geheven belasting wordt het meerdere teruggegeven. Over een dergelijke teruggaaf is voor Hof Den Bosch een procedure gevoerd. In geschil was de toepassing van de tariefgroep en de hoogte van de teruggaaf. De inspecteur had de belastingplichtige in tariefgroep 2 ingedeeld. Omdat de belastingplichtige niet had gevraagd om indeling in tariefgroep 3 en ook niet bewees dat hij op die indeling recht had, was indeling in tariefgroep 2 terecht gebeurd volgens het Hof. De berekening van de inspecteur was volgens de wettelijke regeling gedaan en dus akkoord. Opmerking verdient, dat in het inkomen van een van de jaren van het middelingstijdvak een nabetaling over een eerder jaar was begrepen. Deze nabetaling was buiten het te middelen inkomen gelaten, waarschijnlijk omdat daarop het bijzondere tarief van toepassing was.