Bij aanwijzing verleggingsregeling BTW bij invoer mag heffing niet op andere wijze gebeuren

Een Nederlands bedrijf liet pakketten verzenden door een aan haar gelieerd bedrijf in Zwitserland. Er werd aanspraak gemaakt op de vrijstelling van douanerechten voor zendingen met een verwaarloosbare waarde. De inspecteur volgde aanvankelijk de gedane aangifte, maar stelde zich later op het standpunt dat de goederen niet voldeden aan de voorwaarde voor vrijstelling van rechtstreekse verzending aan een geadresseerde in de Gemeenschap. De goederen gingen namelijk eerst naar een bedrijf in Nederland dat vervolgens de verspreiding onder de geadresseerden verzorgde. De belastingdienst legde daarom ter zake van de invoer een naheffingsaanslag omzetbelasting op. Volgens het Hof was echter de verleggingsregeling bij invoer van toepassing omdat de ondernemer een aanwijzing voor de verleggingsregeling had. In dat geval kon de omzetbelasting niet worden geheven met toepassing van de regels voor douaneheffingen. In een arrest uit 2003 oordeelde de Hoge Raad dat de omzetbelasting ter zake van de invoer van voor een aangewezen ondernemer bestemde goederen op aangifte moet worden voldaan door die ondernemer, alsmede dat de bestemming van onder een douaneregeling geplaatste goederen eerst wijzigt op het tijdstip waarop de goederen worden geleverd in de zin van de Wet OB. Op het tijdstip van invoer waren de goederen nog niet aan de klant geleverd. Dat betekende dat de bestemming op dat tijdstip nog niet was gewijzigd. De naheffingsaanslag omzetbelasting moest daarom vervallen.
Een Nederlands bedrijf liet pakketten verzenden door een aan haar gelieerd bedrijf in Zwitserland. Er werd aanspraak gemaakt op de vrijstelling van douanerechten voor zendingen met een verwaarloosbare waarde. De inspecteur volgde aanvankelijk de gedane aangifte, maar stelde zich later op het standpunt dat de goederen niet voldeden aan de voorwaarde voor vrijstelling van rechtstreekse verzending aan een geadresseerde in de Gemeenschap. De goederen gingen namelijk eerst naar een bedrijf in Nederland dat vervolgens de verspreiding onder de geadresseerden verzorgde. De belastingdienst legde daarom ter zake van de invoer een naheffingsaanslag omzetbelasting op. Volgens het Hof was echter de verleggingsregeling bij invoer van toepassing omdat de ondernemer een aanwijzing voor de verleggingsregeling had. In dat geval kon de omzetbelasting niet worden geheven met toepassing van de regels voor douaneheffingen. In een arrest uit 2003 oordeelde de Hoge Raad dat de omzetbelasting ter zake van de invoer van voor een aangewezen ondernemer bestemde goederen op aangifte moet worden voldaan door die ondernemer, alsmede dat de bestemming van onder een douaneregeling geplaatste goederen eerst wijzigt op het tijdstip waarop de goederen worden geleverd in de zin van de Wet OB. Op het tijdstip van invoer waren de goederen nog niet aan de klant geleverd. Dat betekende dat de bestemming op dat tijdstip nog niet was gewijzigd. De naheffingsaanslag omzetbelasting moest daarom vervallen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u