Bewijs voor opzet

Sommige belastingprocedures lopen heel erg lang. Een procedure over een aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1999 kwam voor de derde keer bij de Hoge Raad terecht, na tweemaal eerder door de Hoge Raad te zijn verwezen naar een gerechtshof voor verdere behandeling. Eerst was er een uitspraak van Hof Den Haag, die werd vernietigd met verwijzing van het geding naar Hof Amsterdam. Vervolgens werd de uitspraak van Hof Amsterdam door de Hoge Raad vernietigd met verwijzing van het geding naar Hof Den Bosch. De belanghebbende ging ook tegen die uitspraak in cassatie. Eerder had Hof Amsterdam geoordeeld dat het aan opzet van de belanghebbende te wijten was dat een onjuiste aangifte voor het jaar 1999 was gedaan. Dit oordeel steunde mede op een getuigenverklaring. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van Hof Amsterdam om de belanghebbende alsnog de gelegenheid te geven op de getuigenverklaring te reageren.

 

Hof Den Bosch zag vervolgens geen aanleiding om te oordelen dat de eerdere beslissing van Hof Amsterdam onjuist was. Gezien de verwijzingsopdracht van de Hoge Raad was er geen ruimte voor een nieuw en volledig onderzoek naar de vraag of het aan opzet van de belanghebbende te wijten was geweest dat de aangifte onjuist was gedaan. De Hoge Raad heeft in de eindbeslissing geoordeeld dat Hof Den Bosch de verwijzingsopdracht niet te beperkt heeft opgevat.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Sommige belastingprocedures lopen heel erg lang. Een procedure over een aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1999 kwam voor de derde keer bij de Hoge Raad terecht, na tweemaal eerder door de Hoge Raad te zijn verwezen naar een gerechtshof voor verdere behandeling. Eerst was er een uitspraak van Hof Den Haag, die werd vernietigd met verwijzing van het geding naar Hof Amsterdam. Vervolgens werd de uitspraak van Hof Amsterdam door de Hoge Raad vernietigd met verwijzing van het geding naar Hof Den Bosch. De belanghebbende ging ook tegen die uitspraak in cassatie. Eerder had Hof Amsterdam geoordeeld dat het aan opzet van de belanghebbende te wijten was dat een onjuiste aangifte voor het jaar 1999 was gedaan. Dit oordeel steunde mede op een getuigenverklaring. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van Hof Amsterdam om de belanghebbende alsnog de gelegenheid te geven op de getuigenverklaring te reageren.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Hof Den Bosch zag vervolgens geen aanleiding&nbsp;om te oordelen dat de eerdere beslissing van Hof Amsterdam onjuist was. Gezien de verwijzingsopdracht van de Hoge Raad was er geen ruimte voor een nieuw en volledig onderzoek naar de vraag of het aan opzet van de belanghebbende te wijten was geweest dat de aangifte onjuist was gedaan. De Hoge Raad heeft in de eindbeslissing geoordeeld dat Hof Den Bosch de verwijzingsopdracht niet te beperkt heeft opgevat.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u