Bewijs toepassing nultarief

Ondernemers moeten in het algemeen omzetbelasting in rekening brengen over goederen die zij leveren. Bij transacties met ondernemers in andere lidstaten van de EU is het doorgaans niet de leverancier die de omzetbelasting moet aangeven, maar de afnemer. De leverancier past dan het nultarief toe. De bewijslast dat sprake is van een intracommunautaire transactie rust op de leverancier die het nultarief wil toepassen.

 

Aan een leverancier van frisdranken werd over het tijdvak 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd die betrekking had op de levering van meerdere partijen frisdrank naar afleveradressen in het Verenigd Koninkrijk. De leverancier ging ervan uit dat het intracommunautaire leveringen betrof waarvoor het nultarief geldt en bracht daarom geen omzetbelasting in rekening. De naheffingsaanslag was gebaseerd op het standpunt dat de door de leverancier als afnemer aangemerkte personen niet de werkelijke afnemers van de frisdranken waren. Dat zou inhouden dat de leverancier de toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen niet had bewezen. Hof Den Bosch deelde de opvatting van de inspecteur en liet de naheffingsaanslag in stand.

 

De leverancier ging in cassatie tegen de uitspraak van het hof. Een belastingplichtige moet voor de toepassing van het nultarief bewijzen dat de goederen in een andere lidstaat zijn onderworpen aan de heffing van omzetbelasting vanwege een intracommunautaire verwerving. Volgens de Hoge Raad is aan de bewijslast van de leverancier voldaan wanneer aannemelijk is dat de goederen naar een andere lidstaat zijn vervoerd en daar zijn ontvangen door een persoon die omzetbelasting ter zake van een intracommunautaire verwerving verschuldigd is. In het tijdvak waarop de naheffingsaanslag betrekking had werden aan de bewijslevering voor de belastingplicht van de afnemer geen bijzondere eisen gesteld.

De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Arnhem. Uitgangspunt bij de verdere behandeling is dat zich in deze zaak niet de omstandigheid voordoet dat de leverancier de identiteit van de echte verkrijger(s) heeft verborgen om zo de omzetbelasting te ontduiken, omdat de inspecteur dat standpunt niet eerder in de procedure heeft ingenomen.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Ondernemers moeten in het algemeen omzetbelasting in rekening brengen over goederen die zij leveren. Bij transacties met ondernemers in andere lidstaten van de EU is het doorgaans niet&nbsp;de leverancier die de omzetbelasting moet aangeven, maar de afnemer. De leverancier past dan het nultarief toe. De bewijslast dat sprake is van een intracommunautaire transactie rust op de leverancier die het nultarief wil toepassen.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Aan een leverancier van frisdranken werd over het tijdvak 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd die betrekking had op de levering van meerdere partijen frisdrank naar afleveradressen in het Verenigd Koninkrijk. De leverancier ging ervan uit dat het intracommunautaire leveringen betrof waarvoor het nultarief geldt en bracht daarom geen omzetbelasting in rekening. De naheffingsaanslag was gebaseerd op het standpunt dat de door de leverancier als afnemer aangemerkte personen niet de werkelijke afnemers van de frisdranken waren. Dat zou inhouden dat de leverancier de toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen niet had bewezen. Hof Den Bosch deelde de opvatting van de inspecteur en liet de naheffingsaanslag in stand. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De leverancier ging in cassatie tegen de uitspraak van het hof. Een belastingplichtige moet voor de toepassing van het nultarief bewijzen dat de goederen in een andere lidstaat zijn onderworpen aan de heffing van omzetbelasting vanwege een intracommunautaire verwerving. Volgens de Hoge Raad is aan de bewijslast van de leverancier voldaan wanneer aannemelijk is dat de goederen naar een andere lidstaat zijn vervoerd en daar zijn ontvangen door een persoon die omzetbelasting ter zake van een intracommunautaire verwerving verschuldigd is. In het tijdvak waarop de naheffingsaanslag betrekking had werden aan de bewijslevering voor de belastingplicht van de afnemer geen bijzondere eisen gesteld.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Arnhem. Uitgangspunt bij de verdere behandeling is dat zich in deze zaak niet de omstandigheid voordoet dat de leverancier de identiteit van de echte verkrijger(s) heeft verborgen om zo de omzetbelasting te ontduiken, omdat de inspecteur dat standpunt niet eerder in de procedure heeft ingenomen.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u