Betalingen aan losse hulpen en fooien behoren tot premieloon
Een werkgever verantwoordde in zijn loonadministratie betalingen aan losse hulpen. De personalia van deze hulpen waren niet bekend. Over deze betalingen werd loonbelasting naar het anoniementarief ingehouden. De betalingen werden niet als premieloon verantwoord. Een deel van deze betalingen werd vanaf zekere datum aangemerkt als fooien voor chauffeurs van de werkgever en niet meer in de loonadministratie verantwoord. Na een controle merkte het UWV alle betalingen aan losse hulpen en de fooien aan chauffeurs aan als premieloon. De rechtbank verklaarde het door de werkgever ingestelde beroep ongegrond omdat sprake was van betalingen voor verzekeringsplichtige arbeid. Naar het oordeel van de rechtbank had het UWV terecht een boete opgelegd omdat het niet voldoen aan de loonopgaveverplichting is te wijten aan opzet of grove schuld van de werkgever. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep moet bij betalingen aan onbekende personen eerst worden bekeken of uit de van de werkgever verkregen gegevens en inlichtingen kan blijken dat sprake is van premieloon. Als dit het geval is moet de werkgever aannemelijk maken dat de betalingen niet zijn gedaan aan verzekeringsplichtig personeel. In dit geval stond vast dat de werkgever de betalingen aanvankelijk volledig en later grotendeels in de loonadministratie had verwerkt en hierover loonbelasting had afgedragen. De betalingen hadden onbetwist uitsluitend betrekking op verrichte arbeid. De werkgever slaagde er niet om aannemelijk te maken dat geen sprake was van premieloon. Daaruit volgde dat de correctienota’s in stand bleven, evenals de opgelegde boetes.
Een werkgever verantwoordde in zijn loonadministratie betalingen aan losse hulpen. De personalia van deze hulpen waren niet bekend. Over deze betalingen werd loonbelasting naar het anoniementarief ingehouden. De betalingen werden niet als premieloon verantwoord. Een deel van deze betalingen werd vanaf zekere datum aangemerkt als fooien voor chauffeurs van de werkgever en niet meer in de loonadministratie verantwoord. Na een controle merkte het UWV alle betalingen aan losse hulpen en de fooien aan chauffeurs aan als premieloon. De rechtbank verklaarde het door de werkgever ingestelde beroep ongegrond omdat sprake was van betalingen voor verzekeringsplichtige arbeid. Naar het oordeel van de rechtbank had het UWV terecht een boete opgelegd omdat het niet voldoen aan de loonopgaveverplichting is te wijten aan opzet of grove schuld van de werkgever. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep moet bij betalingen aan onbekende personen eerst worden bekeken of uit de van de werkgever verkregen gegevens en inlichtingen kan blijken dat sprake is van premieloon. Als dit het geval is moet de werkgever aannemelijk maken dat de betalingen niet zijn gedaan aan verzekeringsplichtig personeel. In dit geval stond vast dat de werkgever de betalingen aanvankelijk volledig en later grotendeels in de loonadministratie had verwerkt en hierover loonbelasting had afgedragen. De betalingen hadden onbetwist uitsluitend betrekking op verrichte arbeid. De werkgever slaagde er niet om aannemelijk te maken dat geen sprake was van premieloon. Daaruit volgde dat de correctienota’s in stand bleven, evenals de opgelegde boetes.