Betaling kosten voor BV met negatief vermogen was informeel kapitaal

Het verstrekken van een lening door de houder van een aanmerkelijk belang aan zijn BV valt onder de terbeschikkingstellingsregeling in box 1. Kan de BV de lening niet terugbetalen, dan kan de aandeelhouder de lening ten laste van zijn inkomen in box 1 afwaarderen. Dat ligt anders wanneer het de aandeelhouder al bij het verstrekken van de lening aan zijn BV duidelijk moet zijn geweest dat de BV de lening niet zal kunnen terugbetalen. In dat geval is geen sprake van een lening maar van een (informele) kapitaalstorting in de BV. Het aan de BV verstrekte geld valt dan niet in box 1. Deze situatie deed zich voor in een onlangs door de rechtbank Leeuwarden behandelde casus.De DGA van een BV die geen activiteiten meer verrichtte betaalde in 2002 de accountantskosten en de kosten van de Kamer van Koophandel voor de BV. De BV had een negatief vermogen van € 56.827 en leed een verlies van € 1.237. Het betaalde bedrag van € 2.020 verwerkte de DGA in zijn rekening-courant vordering op de BV. In zijn aangifte inkomstenbelasting bracht de DGA deze kosten in aftrek als negatief resultaat uit werkzaamheid. Gezien de vermogenspositie van de BV was het onwaarschijnlijk dat de BV deze kosten ooit zou kunnen terugbetalen.Gezien de vermogenspositie van de BV in deze procedure was er volgens de rechtbank geen lening aan de BV verstrekt. De door de DGA geclaimde aftrek van de betaalde kosten in de vorm van een afwaardering van de vermeende vordering op de BV stond de rechtbank niet toe. Dat gold ook voor de geclaimde aftrek als kosten die voortvloeiden uit het ondernemerschap van de DGA. Gezien de aard ging het onbetwistbaar om kosten van de BV, ook al zou de DGA aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schulden van zijn BV. Er was daarom geen enkele aanleiding om deze kosten toe te rekenen aan de DGA en bij hem in aftrek toe te laten.
Het verstrekken van een lening door de houder van een aanmerkelijk belang aan zijn BV valt onder de terbeschikkingstellingsregeling in box 1. Kan de BV de lening niet terugbetalen, dan kan de aandeelhouder de lening ten laste van zijn inkomen in box 1 afwaarderen. Dat ligt anders wanneer het de aandeelhouder al bij het verstrekken van de lening aan zijn BV duidelijk moet zijn geweest dat de BV de lening niet zal kunnen terugbetalen. In dat geval is geen sprake van een lening maar van een (informele) kapitaalstorting in de BV. Het aan de BV verstrekte geld valt dan niet in box 1. Deze situatie deed zich voor in een onlangs door de rechtbank Leeuwarden behandelde casus.De DGA van een BV die geen activiteiten meer verrichtte betaalde in 2002 de accountantskosten en de kosten van de Kamer van Koophandel voor de BV. De BV had een negatief vermogen van € 56.827 en leed een verlies van € 1.237. Het betaalde bedrag van € 2.020 verwerkte de DGA in zijn rekening-courant vordering op de BV. In zijn aangifte inkomstenbelasting bracht de DGA deze kosten in aftrek als negatief resultaat uit werkzaamheid. Gezien de vermogenspositie van de BV was het onwaarschijnlijk dat de BV deze kosten ooit zou kunnen terugbetalen.Gezien de vermogenspositie van de BV in deze procedure was er volgens de rechtbank geen lening aan de BV verstrekt. De door de DGA geclaimde aftrek van de betaalde kosten in de vorm van een afwaardering van de vermeende vordering op de BV stond de rechtbank niet toe. Dat gold ook voor de geclaimde aftrek als kosten die voortvloeiden uit het ondernemerschap van de DGA. Gezien de aard ging het onbetwistbaar om kosten van de BV, ook al zou de DGA aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schulden van zijn BV. Er was daarom geen enkele aanleiding om deze kosten toe te rekenen aan de DGA en bij hem in aftrek toe te laten.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u