Betaling aan werknemer van exploitatie-overschot lease-auto was belast
Een werknemer had de beschikking over een auto van de zaak. Met zijn werkgever had hij afgesproken, dat een gedeelte van het exploitatieresultaat van de auto aan hem zou worden betaald. Het exploitatieresultaat was het positieve verschil tussen de door de werkgever op basis van voorcalculatie aan de leasemaatschappij betaalde bedragen en de na inlevering van de auto berekende werkelijke kosten. De werkgever keerde in oktober 2001 op grond van deze afsprak een bedrag van ƒ 11.192 uit aan de werknemer onder inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen. De werknemer maakte bezwaar tegen de inhouding over een gedeelte van het uitgekeerde bedrag. De inspecteur wees het bezwaar af. Hof Amsterdam was van oordeel dat er ten onrechte loonbelasting en premie volksverzekeringen waren ingehouden omdat de betaling betrekking had op de terbeschikkingstelling van een auto. Het voordeel daarvan is geen onderdeel van het loon. Dat oordeel was volgens de Hoge Raad onjuist. De beloning in natura die bestaat uit het genot van een ter beschikking gestelde auto is geen onderdeel van het loon. Deze uitsluiting van het loon geldt niet voor betalingen in geld, ondanks een verband met de terbeschikkingstelling van de auto. Inhouding over de betaling had terecht plaatsgevonden. Dat werd niet anders door de omstandigheid dat een deel van de betalingen aan de werkgever voor privé-gebruik van de auto niet op de bijtelling in mindering kon worden gebracht. De werknemer had die omstandigheid aangevoerd als reden om inhouding achterwege te laten.
Een werknemer had de beschikking over een auto van de zaak. Met zijn werkgever had hij afgesproken, dat een gedeelte van het exploitatieresultaat van de auto aan hem zou worden betaald. Het exploitatieresultaat was het positieve verschil tussen de door de werkgever op basis van voorcalculatie aan de leasemaatschappij betaalde bedragen en de na inlevering van de auto berekende werkelijke kosten. De werkgever keerde in oktober 2001 op grond van deze afsprak een bedrag van ƒ 11.192 uit aan de werknemer onder inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen. De werknemer maakte bezwaar tegen de inhouding over een gedeelte van het uitgekeerde bedrag. De inspecteur wees het bezwaar af. Hof Amsterdam was van oordeel dat er ten onrechte loonbelasting en premie volksverzekeringen waren ingehouden omdat de betaling betrekking had op de terbeschikkingstelling van een auto. Het voordeel daarvan is geen onderdeel van het loon. Dat oordeel was volgens de Hoge Raad onjuist. De beloning in natura die bestaat uit het genot van een ter beschikking gestelde auto is geen onderdeel van het loon. Deze uitsluiting van het loon geldt niet voor betalingen in geld, ondanks een verband met de terbeschikkingstelling van de auto. Inhouding over de betaling had terecht plaatsgevonden. Dat werd niet anders door de omstandigheid dat een deel van de betalingen aan de werkgever voor privé-gebruik van de auto niet op de bijtelling in mindering kon worden gebracht. De werknemer had die omstandigheid aangevoerd als reden om inhouding achterwege te laten.