Betaling aan directeur opdrachtgever is smeergeld en geen lening
Door een leverancier is aan de directeur van een opdrachtgever geld betaald, gerelateerd aan de omzet, die de leverancier behaalde aan van de opdrachtgever ontvangen opdrachten. De belastingdienst legt aan de directeur een navorderingsaanslag inkomstenbelasting op, omdat de aanslag over het jaar van betaling al eerder was opgelegd. In de procedure over de navorderingsaanslag betoogt de directeur, dat de leverancier aan hem een lening heeft verstrekt, die hij vermeerderd met rente inmiddels heeft terugbetaald. Het bestaan van een lening kan hij niet onderbouwen met bijvoorbeeld een schuldbekentenis of een leningovereenkomst. De directeur van de leverancier, die als getuige wordt gehoord in de procedure, verklaart, dat door hem smeergeld is betaald. Hof Leeuwarden laat op grond van die verklaring de navorderingsaanslag in stand. De opgelegde boete wordt kwijtgescholden vanwege de zeer lange termijn van behandeling van de procedure: het beroepschrift is ingediend in 1996, ruim 7 jaar voor de uitspraak.
Door een leverancier is aan de directeur van een opdrachtgever geld betaald, gerelateerd aan de omzet, die de leverancier behaalde aan van de opdrachtgever ontvangen opdrachten. De belastingdienst legt aan de directeur een navorderingsaanslag inkomstenbelasting op, omdat de aanslag over het jaar van betaling al eerder was opgelegd. In de procedure over de navorderingsaanslag betoogt de directeur, dat de leverancier aan hem een lening heeft verstrekt, die hij vermeerderd met rente inmiddels heeft terugbetaald. Het bestaan van een lening kan hij niet onderbouwen met bijvoorbeeld een schuldbekentenis of een leningovereenkomst. De directeur van de leverancier, die als getuige wordt gehoord in de procedure, verklaart, dat door hem smeergeld is betaald. Hof Leeuwarden laat op grond van die verklaring de navorderingsaanslag in stand. De opgelegde boete wordt kwijtgescholden vanwege de zeer lange termijn van behandeling van de procedure: het beroepschrift is ingediend in 1996, ruim 7 jaar voor de uitspraak.