Bestaan vordering op BV niet bewezen

Sinds de invoering van de Wet IB 2001 valt een vordering die een aanmerkelijk belanghouder heeft op de BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft onder de zogenaamde terbeschikkingstellingsregeling. De terbeschikkingstellingsregeling volgt het winstregime. Dat houdt in, dat niet alleen de directe opbrengsten belast en gemaakte kosten aftrekbaar zijn, maar ook dat waardeveranderingen fiscale gevolgen hebben.

Een certificaathouder van een werkmaatschappij had een aanmerkelijk belang in deze maatschappij, omdat zijn vader de enige aandeelhouder was van de holding die het merendeel van de aandelen in de werkmaatschappij bezat. De certificaathouder had een vordering op de holding van zijn vader. Volgens de jaarstukken van de holding over 2000 was deze vordering overgenomen door de werkmaatschappij. Vanwege de slechte financiƫle positie van de holding en de werkmaatschappij was de vordering van de certificaathouder in 2002 waardeloos geworden. De certificaathouder wilde deze met toepassing van de terbeschikkingstellingsregeling ten laste van zijn inkomen afwaarderen. Om afwaardering mogelijk te maken moest vaststaan dat de vordering was overgegaan van de holding op de werkmaatschappij. Alleen in dat geval zou de vordering onder de terbeschikkingstellingsregeling vallen. Volgens de belastingdienst was de vordering alleen boekhoudkundig en niet civielrechtelijk overgedragen. De certificaathouder slaagde er niet in te bewijzen dat hij van aanvang af een vordering op de werkmaatschappij had en dat deze vordering alleen administratief bij de holding was ondergebracht.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Sinds de invoering van de Wet IB 2001 valt een vordering die een aanmerkelijk belanghouder heeft op de BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft onder de zogenaamde terbeschikkingstellingsregeling. De terbeschikkingstellingsregeling volgt het winstregime. Dat houdt in, dat niet alleen de directe opbrengsten belast en gemaakte kosten aftrekbaar zijn, maar ook dat waardeveranderingen fiscale gevolgen hebben. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een certificaathouder van een werkmaatschappij had een aanmerkelijk belang in deze maatschappij, omdat zijn vader de enige aandeelhouder was van de holding die het merendeel van de aandelen in de werkmaatschappij bezat. De certificaathouder had een vordering op de holding van zijn vader. Volgens de jaarstukken van de holding over 2000 was deze vordering overgenomen door de werkmaatschappij. Vanwege de slechte financiƫle positie van de holding en de werkmaatschappij was de vordering van de certificaathouder in 2002 waardeloos geworden. De certificaathouder wilde deze met toepassing van de terbeschikkingstellingsregeling ten laste van zijn inkomen afwaarderen. Om afwaardering mogelijk te maken moest vaststaan dat de vordering was overgegaan van de holding op de werkmaatschappij. Alleen in dat geval zou de vordering onder de terbeschikkingstellingsregeling vallen. Volgens de belastingdienst was de vordering alleen boekhoudkundig en niet civielrechtelijk overgedragen. De certificaathouder slaagde er niet in te bewijzen dat hij van aanvang af een vordering op de werkmaatschappij had en dat deze vordering alleen administratief bij de holding was ondergebracht.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u