Besluit over lijfrenteverzekeringen en premieaftrek

Volgens de wet zijn verzekeraars verplicht om een opzegmogelijkheid in overeenkomsten van levensverzekering op te nemen. Deze opzegmogelijkheid biedt de verzekeringnemer de mogelijkheid om de overeenkomst binnen 30 kalenderdagen met onmiddellijke ingang op te zeggen. Vanwege het verplichte karakter is de mogelijkheid tot beëindiging van de lijfrenteovereenkomst volgens de minister van Financiën niet in strijd met het afkoopverbod dat in de Wet IB 2001 als voorwaarde voor aftrek van lijfrentepremie wordt gesteld. Wanneer een verzekeringnemer van de opzegmogelijkheid gebruik maakt is sprake van afkoop. De van de verzekeraar ontvangen bedragen moeten als negatieve persoonlijke verplichting worden aangegeven wanneer de premie in aftrek is gebracht. Er hoeft geen revisierente berekend te worden. Vanwege de geringe verschillen tussen de voorwaarden voor premieaftrek van zogenaamde Brede Herwaarderingslijfrenten en van IB-2001-lijfrenten is aanpassing van Brede Herwaarderingslijfrenten niet nodig zolang de polis niet om andere redenen door de verzekeraar wordt aangepast. Dat geldt ook indien een (tijdelijke) oudedagslijfrente is verzekerd die ingaat na het bereiken van de leeftijd van 70 jaar van de belastingplichtige. Belastingplichtigen hebben de keuze om lijfrentepremies in aftrek te brengen mits de lijfrente voldoet aan de voorwaarden. Voor zover de premies in aftrek zijn gebracht vallen de uitkeringen in box 1. Wanneer de premies niet in aftrek zijn gebracht vallen de uitkeringen niet in box 1, maar valt het recht op uitkering in box 3. Het al dan niet in aftrek brengen van betaalde premies kan het gevolg zijn van een bewuste keuze of van een verzuim. Herstel van verzuimde aftrek is mogelijk zolang de aanslag over het jaar waarop de aftrek betrekking heeft nog niet vaststaat. Het feit dat de lijfrentepremie niet in aftrek is gebracht vormt geen aanleiding om een vaststaande aanslag te verminderen. Volgens de systematiek van de Wet IB 2001 heeft de belastingplichtige dan gekozen voor belastingheffing in box 3. De minister van Financiën keurt echter goed dat betaalde premies bij ambtshalve vermindering van de aanslag alsnog in aftrek worden toegelaten als de belastingplichtige de waarde van de lijfrente niet in het jaar van betaling van de premie heeft aangegeven in box 3. Deze goedkeuring geldt ook voor personen waarvan de binnenlandse belastingplicht in een kalenderjaar is gewijzigd in buitenlandse belastingplicht. Deze regeling houdt in dat premies voor lijfrenten die in de buitenlandse periode in dat kalenderjaar of binnen drie resp. zes maanden daarna zijn betaald aan de binnenlandse periode mogen worden toegerekend.
Volgens de wet zijn verzekeraars verplicht om een opzegmogelijkheid in overeenkomsten van levensverzekering op te nemen. Deze opzegmogelijkheid biedt de verzekeringnemer de mogelijkheid om de overeenkomst binnen 30 kalenderdagen met onmiddellijke ingang op te zeggen. Vanwege het verplichte karakter is de mogelijkheid tot beëindiging van de lijfrenteovereenkomst volgens de minister van Financiën niet in strijd met het afkoopverbod dat in de Wet IB 2001 als voorwaarde voor aftrek van lijfrentepremie wordt gesteld. Wanneer een verzekeringnemer van de opzegmogelijkheid gebruik maakt is sprake van afkoop. De van de verzekeraar ontvangen bedragen moeten als negatieve persoonlijke verplichting worden aangegeven wanneer de premie in aftrek is gebracht. Er hoeft geen revisierente berekend te worden. Vanwege de geringe verschillen tussen de voorwaarden voor premieaftrek van zogenaamde Brede Herwaarderingslijfrenten en van IB-2001-lijfrenten is aanpassing van Brede Herwaarderingslijfrenten niet nodig zolang de polis niet om andere redenen door de verzekeraar wordt aangepast. Dat geldt ook indien een (tijdelijke) oudedagslijfrente is verzekerd die ingaat na het bereiken van de leeftijd van 70 jaar van de belastingplichtige. Belastingplichtigen hebben de keuze om lijfrentepremies in aftrek te brengen mits de lijfrente voldoet aan de voorwaarden. Voor zover de premies in aftrek zijn gebracht vallen de uitkeringen in box 1. Wanneer de premies niet in aftrek zijn gebracht vallen de uitkeringen niet in box 1, maar valt het recht op uitkering in box 3. Het al dan niet in aftrek brengen van betaalde premies kan het gevolg zijn van een bewuste keuze of van een verzuim. Herstel van verzuimde aftrek is mogelijk zolang de aanslag over het jaar waarop de aftrek betrekking heeft nog niet vaststaat. Het feit dat de lijfrentepremie niet in aftrek is gebracht vormt geen aanleiding om een vaststaande aanslag te verminderen. Volgens de systematiek van de Wet IB 2001 heeft de belastingplichtige dan gekozen voor belastingheffing in box 3. De minister van Financiën keurt echter goed dat betaalde premies bij ambtshalve vermindering van de aanslag alsnog in aftrek worden toegelaten als de belastingplichtige de waarde van de lijfrente niet in het jaar van betaling van de premie heeft aangegeven in box 3. Deze goedkeuring geldt ook voor personen waarvan de binnenlandse belastingplicht in een kalenderjaar is gewijzigd in buitenlandse belastingplicht. Deze regeling houdt in dat premies voor lijfrenten die in de buitenlandse periode in dat kalenderjaar of binnen drie resp. zes maanden daarna zijn betaald aan de binnenlandse periode mogen worden toegerekend.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u