Besluit over indexering van pensioenrechten
De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit uit 1978 over de indexatie van pensioenen herzien. Het opnemen van een vast percentage voor de indexering van de uitkering na de ingangsdatum (de zogenaamde na-indexatie) is toegestaan tot maximaal 3% per jaar. De beperking van de toepassing van de vaste na-indexatie tot pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij is vervallen uit oogpunt van gelijke behandeling van pensioenuitvoerders. Voor-indexatie kan alleen worden toegepast op middelloonaanspraken en op aanspraken uit eindloonregelingen waarin geen pensioen meer wordt opgebouwd in een bestaande dienstbetrekking. Als nog wel pensioen in een bestaande dienstbetrekking wordt opgebouwd in een eindloonregeling worden de in het verleden opgebouwde aanspraken bij een verhoging van het salaris vóór de pensioeningangsdatum aangepast aan de feitelijke loonstijging. In beschikbare premieregelingen kan geen sprake zijn van voor-indexatie. De compensatie van loon- of prijsstijgingen vóór de pensioeningangsdatum dient in deze regelingen te worden gefinancierd uit de beleggingsresultaten. Voor die regelingen, waarvoor voor-indexatie mag worden toegepast geldt bij toepassing van een vast percentage een maximum van 3% per jaar. Bestaande pensioenregelingen met een hogere vaste indexatie dan 3% per jaar moeten vóór 1 januari 2006 met terugwerkende kracht tot 21 januari 2005 worden aangepast. Dit kan door een knip aan te brengen in de pensioenrechten. De rechten die na 21 januari worden opgebouwd moeten voldoen aan de nieuwe regels. De verplichting tot aanpassing geldt niet voorzover de hogere vaste indexatie dan 3% per jaar vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds is overeengekomen voor premievrije aanspraken of voor reeds ingegane pensioenen.
De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit uit 1978 over de indexatie van pensioenen herzien. Het opnemen van een vast percentage voor de indexering van de uitkering na de ingangsdatum (de zogenaamde na-indexatie) is toegestaan tot maximaal 3% per jaar. De beperking van de toepassing van de vaste na-indexatie tot pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij is vervallen uit oogpunt van gelijke behandeling van pensioenuitvoerders. Voor-indexatie kan alleen worden toegepast op middelloonaanspraken en op aanspraken uit eindloonregelingen waarin geen pensioen meer wordt opgebouwd in een bestaande dienstbetrekking. Als nog wel pensioen in een bestaande dienstbetrekking wordt opgebouwd in een eindloonregeling worden de in het verleden opgebouwde aanspraken bij een verhoging van het salaris vóór de pensioeningangsdatum aangepast aan de feitelijke loonstijging. In beschikbare premieregelingen kan geen sprake zijn van voor-indexatie. De compensatie van loon- of prijsstijgingen vóór de pensioeningangsdatum dient in deze regelingen te worden gefinancierd uit de beleggingsresultaten. Voor die regelingen, waarvoor voor-indexatie mag worden toegepast geldt bij toepassing van een vast percentage een maximum van 3% per jaar. Bestaande pensioenregelingen met een hogere vaste indexatie dan 3% per jaar moeten vóór 1 januari 2006 met terugwerkende kracht tot 21 januari 2005 worden aangepast. Dit kan door een knip aan te brengen in de pensioenrechten. De rechten die na 21 januari worden opgebouwd moeten voldoen aan de nieuwe regels. De verplichting tot aanpassing geldt niet voorzover de hogere vaste indexatie dan 3% per jaar vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds is overeengekomen voor premievrije aanspraken of voor reeds ingegane pensioenen.