Besluit met uitleg begrip regeling voor vervroegde uittreding
De staatssecretaris van Financiƫn heeft in een besluit een nadere uitleg gegeven van de fiscale gevolgen voor ontslaguitkeringen als gevolg van de invoering van de wet aanpassing fiscale behandeling VUT en prepensioen en introductie levensloopregeling. Door de invoering van deze wet is het niet langer mogelijk om fiscaal gefacilieerd een VUT- of prepensioenregeling op te bouwen. Dat geldt ook voor regelingen, die sterk overeenkomen met dergelijke regelingen, zoals ontslagvergoedingen die zo hoog zijn dat daarmee de periode tot de pensioeningangsdatum verbrugd kan worden of ontslagvergoedingen in de vorm van periodieke uitkeringen (stamrechten) die doorlopen tot de pensioeningangsdatum. Toekenning van dergelijke vergoedingen leidt tot toepassing van een (extra) eindheffing in de loonbelasting van 26%. De eindheffing geldt niet voor stamrechten die eindigen voor de 55e verjaardag van de werknemer, mits geen van de uitkeringen in een jaar hoger is dan 100% van het vroegere jaarsalaris. Wordt aan een van beide voorwaarden niet voldaan dan kan de eindheffing achterwege blijven indien aan de 70%-toets wordt voldaan. De uitkeringen moeten dan tenminste 24 maanden voor de AOW-datum of eerdere pensioeningangsdatum ingaan. Er dient dan op de ingangsdatum actuarieel te worden berekend welke gelijkblijvende periodieke uitkeringen kunnen worden gekocht over de periode vanaf de ingangsdatum tot 2 jaar voor de ingangsdatum van de AOW-uitkering of de eerdere pensioeningangsdatum. De eindheffing is niet van toepassing als de uitkomst niet hoger is dan 70% van het laatstverdiende loon. Daarbij moet rekening gehouden worden met te ontvangen uitkeringen uit vroegere dienstbetrekking als WW, ZW en dergelijke. Als aan deze toets is voldaan mag vervolgens de pensioeningangsdatum niet worden aangepast en moet de laagste uitkering tenminste 75% van de hoogste bedragen.Regelingen die binnen 24 maanden voor de AOW-datum ingaan worden altijd aangemerkt als VUT-vervangend en vallen dus onder de eindheffing.De toetsing of een regeling als VUT-vervanger kan worden aangemerkt moet niet alleen op het moment van toekenning van de ontslagvergoeding worden gedaan maar ook op het latere moment van ingang van de uitkeringen.Een als VUT-vervanger aangemerkte regeling valt in de uitkeringsfase onder de eindheffing bij de uitvoerder van de regeling. Veelal zal dit een verzekeraar zijn. De eindheffing bij de uitvoerder geldt voor het gedeelte dat de ontvangen koopsom overschrijdt. Over de koopsom heeft de werkgever immers al eindheffing toe moeten passen. Indien een regeling pas op het uitkeringsmoment als VUT-vervanger kwalificeert hoeft de uitvoerder de eindheffing niet over het gehele bedrag van de regeling toe te passen als de eindheffing bij storting van de koopsom achterwege is gebleven op grond van een beschikking van de belastingdienst.Het besluit is in werking getreden op 26 mei 2005, maar als gevolg van de commotie die is ontstaan door de publicatie van het besluit heeft de staatssecretaris de werking inmiddels opgeschort tot een nader te bepalen moment.
De staatssecretaris van Financiƫn heeft in een besluit een nadere uitleg gegeven van de fiscale gevolgen voor ontslaguitkeringen als gevolg van de invoering van de wet aanpassing fiscale behandeling VUT en prepensioen en introductie levensloopregeling. Door de invoering van deze wet is het niet langer mogelijk om fiscaal gefacilieerd een VUT- of prepensioenregeling op te bouwen. Dat geldt ook voor regelingen, die sterk overeenkomen met dergelijke regelingen, zoals ontslagvergoedingen die zo hoog zijn dat daarmee de periode tot de pensioeningangsdatum verbrugd kan worden of ontslagvergoedingen in de vorm van periodieke uitkeringen (stamrechten) die doorlopen tot de pensioeningangsdatum. Toekenning van dergelijke vergoedingen leidt tot toepassing van een (extra) eindheffing in de loonbelasting van 26%. De eindheffing geldt niet voor stamrechten die eindigen voor de 55e verjaardag van de werknemer, mits geen van de uitkeringen in een jaar hoger is dan 100% van het vroegere jaarsalaris. Wordt aan een van beide voorwaarden niet voldaan dan kan de eindheffing achterwege blijven indien aan de 70%-toets wordt voldaan. De uitkeringen moeten dan tenminste 24 maanden voor de AOW-datum of eerdere pensioeningangsdatum ingaan. Er dient dan op de ingangsdatum actuarieel te worden berekend welke gelijkblijvende periodieke uitkeringen kunnen worden gekocht over de periode vanaf de ingangsdatum tot 2 jaar voor de ingangsdatum van de AOW-uitkering of de eerdere pensioeningangsdatum. De eindheffing is niet van toepassing als de uitkomst niet hoger is dan 70% van het laatstverdiende loon. Daarbij moet rekening gehouden worden met te ontvangen uitkeringen uit vroegere dienstbetrekking als WW, ZW en dergelijke. Als aan deze toets is voldaan mag vervolgens de pensioeningangsdatum niet worden aangepast en moet de laagste uitkering tenminste 75% van de hoogste bedragen.Regelingen die binnen 24 maanden voor de AOW-datum ingaan worden altijd aangemerkt als VUT-vervangend en vallen dus onder de eindheffing.De toetsing of een regeling als VUT-vervanger kan worden aangemerkt moet niet alleen op het moment van toekenning van de ontslagvergoeding worden gedaan maar ook op het latere moment van ingang van de uitkeringen.Een als VUT-vervanger aangemerkte regeling valt in de uitkeringsfase onder de eindheffing bij de uitvoerder van de regeling. Veelal zal dit een verzekeraar zijn. De eindheffing bij de uitvoerder geldt voor het gedeelte dat de ontvangen koopsom overschrijdt. Over de koopsom heeft de werkgever immers al eindheffing toe moeten passen. Indien een regeling pas op het uitkeringsmoment als VUT-vervanger kwalificeert hoeft de uitvoerder de eindheffing niet over het gehele bedrag van de regeling toe te passen als de eindheffing bij storting van de koopsom achterwege is gebleven op grond van een beschikking van de belastingdienst.Het besluit is in werking getreden op 26 mei 2005, maar als gevolg van de commotie die is ontstaan door de publicatie van het besluit heeft de staatssecretaris de werking inmiddels opgeschort tot een nader te bepalen moment.