Besluit BTW over privegebruik auto DGA

In 2002 heeft de Hoge Raad geoordeeld, dat een directeur, die werkzaamheden verrichtte voor een BV waarvan hij de enige aandeelhouder was, ondernemer voor de omzetbelasting was. De directeur zond facturen aan de BV voor de door hem verrichte werkzaamheden. Dat arrest heeft geleid tot een aantal besluiten van het ministerie van Financien. In deze reeks past een besluit over de gevolgen voor de omzetbelasting van privé-gebruik van de auto door de directeur. In het besluit wordt onderscheid gemaakt in een drietal situaties:1. Er is geen fiscale eenheid voor de omzetbelasting tussen de directeur en de BV;2. Er is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting tussen de directeur en de BV;3. Er kan geen fiscale eenheid voor de omzetbelasting bestaan tussen de directeur en de BV, maar op grond van een goedkeuring van Financien wordt gehandeld alsof er een fiscale eenheid bestaat.Ad 1. Als de auto voor rekening van de BV komt verricht de BV volgens Financien met de terbeschikkingstelling van de auto een dienst aan de directeur. Daarvoor moet de BV aan de directeur een factuur met BTW sturen. De BTW wordt door de BV afgedragen en de directeur kan de hem in rekening gebrachte BTW in aftrek brengen. Voor het privé-gebruik van de auto moet bij de directeur de voor ondernemers gebruikelijke correctie van 12% maal de onttrekking van de winst in de inkomstenbelasting wegens het privé-gebruik plaatsvinden. Als de auto door de directeur wordt gehouden komt de belasting die op de auto drukt in aanmerking voor aftrek als voorbelasting bij hem en moet vervolgens de hiervoor genoemde aftrekcorrectie door de directeur worden toegepast.Ad 2. Als er een fiscale eenheid bestaat tussen de directeur en de BV geldt volgens het besluit het volgende. Mogelijk is op de terbeschikkingstelling van de auto door de vennootschap aan de directeur het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) van toepassing. Omwille van gelijke behandeling geeft de staatssecretaris de voorkeur aan toepassing van de regeling die voor “echte” ondernemers geldt. Wordt de auto gehouden door de directeur, dan is naar de opvatting van de staatssecretaris weer de forfaitaire correctie voor ondernemers van toepassing bij de fiscale eenheid.Ad 3. De fictieve fiscale eenheidIn deze gevallen blijft de prestatie van de directeur jegens de BV buiten de heffing van omzetbelasting. De directeur heeft geen recht op aftrek van voorbelasting op de goederen en diensten die hij voor die werkzaamheden gebruikt. De BV moet dan omzetbelasting berekenen aan de directeur voor het gebruik van de auto. Die BTW komt niet in aftrek bij de directeur. Daarom keurt de staatssecretaris goed dat de BV geen omzetbelasting in rekening brengt voor de terbeschikkingstelling van de auto aan de directeur, op voorwaarde dat de vennootschap de forfaitaire correctie wegens privé-gebruik van de auto toepast. Die goedkeuring geldt ook als de directeur eigenaar van de auto is.Volgens de staatssecretaris kan de forfaitaire regeling voor de correctie wegens privé-gebruik van de auto niet worden toegepast als de auto tot het privé-vermogen van de directeur behoort . Omwille van een gelijke behandeling keurt hij goed, dat die regeling toch wordt toegepast.
In 2002 heeft de Hoge Raad geoordeeld, dat een directeur, die werkzaamheden verrichtte voor een BV waarvan hij de enige aandeelhouder was, ondernemer voor de omzetbelasting was. De directeur zond facturen aan de BV voor de door hem verrichte werkzaamheden. Dat arrest heeft geleid tot een aantal besluiten van het ministerie van Financien. In deze reeks past een besluit over de gevolgen voor de omzetbelasting van privé-gebruik van de auto door de directeur. In het besluit wordt onderscheid gemaakt in een drietal situaties:1. Er is geen fiscale eenheid voor de omzetbelasting tussen de directeur en de BV;2. Er is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting tussen de directeur en de BV;3. Er kan geen fiscale eenheid voor de omzetbelasting bestaan tussen de directeur en de BV, maar op grond van een goedkeuring van Financien wordt gehandeld alsof er een fiscale eenheid bestaat.Ad 1. Als de auto voor rekening van de BV komt verricht de BV volgens Financien met de terbeschikkingstelling van de auto een dienst aan de directeur. Daarvoor moet de BV aan de directeur een factuur met BTW sturen. De BTW wordt door de BV afgedragen en de directeur kan de hem in rekening gebrachte BTW in aftrek brengen. Voor het privé-gebruik van de auto moet bij de directeur de voor ondernemers gebruikelijke correctie van 12% maal de onttrekking van de winst in de inkomstenbelasting wegens het privé-gebruik plaatsvinden. Als de auto door de directeur wordt gehouden komt de belasting die op de auto drukt in aanmerking voor aftrek als voorbelasting bij hem en moet vervolgens de hiervoor genoemde aftrekcorrectie door de directeur worden toegepast.Ad 2. Als er een fiscale eenheid bestaat tussen de directeur en de BV geldt volgens het besluit het volgende. Mogelijk is op de terbeschikkingstelling van de auto door de vennootschap aan de directeur het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) van toepassing. Omwille van gelijke behandeling geeft de staatssecretaris de voorkeur aan toepassing van de regeling die voor “echte” ondernemers geldt. Wordt de auto gehouden door de directeur, dan is naar de opvatting van de staatssecretaris weer de forfaitaire correctie voor ondernemers van toepassing bij de fiscale eenheid.Ad 3. De fictieve fiscale eenheidIn deze gevallen blijft de prestatie van de directeur jegens de BV buiten de heffing van omzetbelasting. De directeur heeft geen recht op aftrek van voorbelasting op de goederen en diensten die hij voor die werkzaamheden gebruikt. De BV moet dan omzetbelasting berekenen aan de directeur voor het gebruik van de auto. Die BTW komt niet in aftrek bij de directeur. Daarom keurt de staatssecretaris goed dat de BV geen omzetbelasting in rekening brengt voor de terbeschikkingstelling van de auto aan de directeur, op voorwaarde dat de vennootschap de forfaitaire correctie wegens privé-gebruik van de auto toepast. Die goedkeuring geldt ook als de directeur eigenaar van de auto is.Volgens de staatssecretaris kan de forfaitaire regeling voor de correctie wegens privé-gebruik van de auto niet worden toegepast als de auto tot het privé-vermogen van de directeur behoort . Omwille van een gelijke behandeling keurt hij goed, dat die regeling toch wordt toegepast.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u