Beschikking inspecteur niet nodig voor bestaan fiscale eenheid omzetbelasting
Een BV exploiteerde onroerende zaken. Deze BV was sinds 1988 de enige aandeelhouder van een andere BV. Deze laatste BV verhuurde met berekening van omzetbelasting een kantoorpand. Vast stond dat beide BV’s in financieel, organisatorisch en economisch opzicht nauw verweven waren. Er was echter geen beschikking afgegeven dat de BV’s een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormden. De BV’s hadden geen verzoek gedaan om als fiscale eenheid te worden aangemerkt. Hof Den Bosch was van oordeel dat er geen fiscale eenheid was voor de omzetbelasting. Het Hof onderzocht daartoe of vóór de wetswijziging van 1 januari 1989 al sprake van een fiscale eenheid was, waardoor er per 1 januari 1989 van rechtswege een fiscale eenheid zou bestaan. Het Hof was van oordeel dat de dochter-BV niet aan de criteria voldeed om in 1988 in een fiscale eenheid opgenomen te kunnen worden. Dat hield in dat beide BV’s niet al per 1 januari 1989 een fiscale eenheid vormden. Dat oordeel was volgens de Hoge Raad juist. Toch kwam de Hoge Raad –ambtshalve- tot cassatie van de uitspraak van het Hof. Volgens het Hof is de beschikking fiscale eenheid die de inspecteur afgeeft een noodzakelijke voorwaarde voor het bestaan van een fiscale eenheid. Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 2005 is het bestaan van een fiscale eenheid niet afhankelijk van de wil van de betrokken belastingplichtigen of van de inspecteur. Er is sprake van een fiscale eenheid als aan de voorwaarde van nauwe verbondenheid is voldaan. De beschikking van de inspecteur is van belang voor de rechtszekerheid. Met ingang van 29 december 1995 is de wet zodanig gewijzigd dat een fiscale eenheid kan worden gevormd door alle natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, die ondernemer zijn voor de omzetbelasting en die in financieel, organisatorisch en economisch opzicht nauw met elkaar verbonden zijn. Aan die voorwaarden was voldaan zodat beide BV’s met ingang van dat tijdstip een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormden.
Een BV exploiteerde onroerende zaken. Deze BV was sinds 1988 de enige aandeelhouder van een andere BV. Deze laatste BV verhuurde met berekening van omzetbelasting een kantoorpand. Vast stond dat beide BV’s in financieel, organisatorisch en economisch opzicht nauw verweven waren. Er was echter geen beschikking afgegeven dat de BV’s een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormden. De BV’s hadden geen verzoek gedaan om als fiscale eenheid te worden aangemerkt. Hof Den Bosch was van oordeel dat er geen fiscale eenheid was voor de omzetbelasting. Het Hof onderzocht daartoe of vóór de wetswijziging van 1 januari 1989 al sprake van een fiscale eenheid was, waardoor er per 1 januari 1989 van rechtswege een fiscale eenheid zou bestaan. Het Hof was van oordeel dat de dochter-BV niet aan de criteria voldeed om in 1988 in een fiscale eenheid opgenomen te kunnen worden. Dat hield in dat beide BV’s niet al per 1 januari 1989 een fiscale eenheid vormden. Dat oordeel was volgens de Hoge Raad juist. Toch kwam de Hoge Raad –ambtshalve- tot cassatie van de uitspraak van het Hof. Volgens het Hof is de beschikking fiscale eenheid die de inspecteur afgeeft een noodzakelijke voorwaarde voor het bestaan van een fiscale eenheid. Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 2005 is het bestaan van een fiscale eenheid niet afhankelijk van de wil van de betrokken belastingplichtigen of van de inspecteur. Er is sprake van een fiscale eenheid als aan de voorwaarde van nauwe verbondenheid is voldaan. De beschikking van de inspecteur is van belang voor de rechtszekerheid. Met ingang van 29 december 1995 is de wet zodanig gewijzigd dat een fiscale eenheid kan worden gevormd door alle natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, die ondernemer zijn voor de omzetbelasting en die in financieel, organisatorisch en economisch opzicht nauw met elkaar verbonden zijn. Aan die voorwaarden was voldaan zodat beide BV’s met ingang van dat tijdstip een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormden.