Bescheiden aandelenbelang vormde geen deelneming
Twee holdings hadden samen alle aandelen in een werkmaatschappij. De ene holding had een belang van 20 %; de andere een belang van 80 %. De aandeelhouder van de holding met het kleinste belang werkte als vestigingsmanager voor de werkmaatschappij. In 2002 ruilde de holding met het kleinste belang in de werkmaatschappij haar aandelen in de werkmaatschappij voor een belang in de andere holding. Dat belang was nog geen 3 % en bleef daarmee onder de drempel voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling. De inspecteur wenste het belang toch aan te merken als een deelneming en weigerde een verlies op het aandelenbelang te accepteren. Een belang van minder dan 5 % vormt een deelneming wanneer het geen belegging vormt. De inspecteur slaagde er niet in te bewijzen dat het belang geen belegging was. De holding verrichtte naast het houden van het belang vrijwel geen activiteiten. Daardoor kon niet gezegd worden dat het aanhouden van het belang in de lijn van de normale uitoefening van het bedrijf lag. De holding had door het beperkte belang geen zeggenschap en geen invloed op het beleid van de vennootschap. De rechtbank Haarlem was van oordeel dat het verlies op het aandelenbelang in 2002 ten laste van de winst van de holding kon worden gebracht.
Twee holdings hadden samen alle aandelen in een werkmaatschappij. De ene holding had een belang van 20 %; de andere een belang van 80 %. De aandeelhouder van de holding met het kleinste belang werkte als vestigingsmanager voor de werkmaatschappij. In 2002 ruilde de holding met het kleinste belang in de werkmaatschappij haar aandelen in de werkmaatschappij voor een belang in de andere holding. Dat belang was nog geen 3 % en bleef daarmee onder de drempel voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling. De inspecteur wenste het belang toch aan te merken als een deelneming en weigerde een verlies op het aandelenbelang te accepteren. Een belang van minder dan 5 % vormt een deelneming wanneer het geen belegging vormt. De inspecteur slaagde er niet in te bewijzen dat het belang geen belegging was. De holding verrichtte naast het houden van het belang vrijwel geen activiteiten. Daardoor kon niet gezegd worden dat het aanhouden van het belang in de lijn van de normale uitoefening van het bedrijf lag. De holding had door het beperkte belang geen zeggenschap en geen invloed op het beleid van de vennootschap. De rechtbank Haarlem was van oordeel dat het verlies op het aandelenbelang in 2002 ten laste van de winst van de holding kon worden gebracht.