Beroep op omkering bewijslast onvoldoende gemotiveerd afgewezen

Een boekenonderzoek bij een leverancier van een friteszaak was aanleiding voor de inspecteur om te stellen dat de exploitant van de friteszaak niet alle inkopen in zijn administratie verwerkte en dus meer omzet had gehaald dan waarover omzetbelasting was afgedragen. Omdat de exploitant zijn administratie niet volledig had bewaard verwierp de inspecteur de boekhouding als grondslag voor de belastingheffing. Vervolgens legde hij een naheffingsaanslag omzetbelasting op. De exploitant van de friteszaak berekende zijn dagontvangsten op het verschil tussen eind- en beginkas, verhoogd met uit kwitanties blijkende betalingen aan derden. De exploitant hield geen kasregister bij en maakte geen gebruik van kassatelstroken. Volgens Hof Den Bosch voldeed de exploitant daarmee aan de administratieve verplichtingen van de wet op de omzetbelasting 1968. De inspecteur had de boekhouding niet op grond van de uitkomsten van het onderzoek bij de leverancier of op basis van de uitkomsten van de chikwadraattoets mogen verwerpen zonder materiƫle onjuistheden of onvolkomenheden in de boekhouding. Dergelijke fouten in de boekhouding waren niet vastgesteld, aldus het Hof. Volgens de Hoge Raad had het Hof in moeten gaan op de stelling van de inspecteur dat de exploitant niet had voldaan aan de administratieve verplichtingen van de AWR. Volgens de inspecteur had de exploitant de op (klad)papier of diskettes gemaakte berekeningen van de dagomzet moeten bewaren. Door deze stelling van de inspecteur onbesproken te laten heeft het Hof zijn uitspraak onvoldoende gemotiveerd. De administratieve verplichtingen van de wet OB vormen een aanvulling op de algemene administratieverplichtingen van de AWR en komen daar niet voor in de plaats.
Een boekenonderzoek bij een leverancier van een friteszaak was aanleiding voor de inspecteur om te stellen dat de exploitant van de friteszaak niet alle inkopen in zijn administratie verwerkte en dus meer omzet had gehaald dan waarover omzetbelasting was afgedragen. Omdat de exploitant zijn administratie niet volledig had bewaard verwierp de inspecteur de boekhouding als grondslag voor de belastingheffing. Vervolgens legde hij een naheffingsaanslag omzetbelasting op. De exploitant van de friteszaak berekende zijn dagontvangsten op het verschil tussen eind- en beginkas, verhoogd met uit kwitanties blijkende betalingen aan derden. De exploitant hield geen kasregister bij en maakte geen gebruik van kassatelstroken. Volgens Hof Den Bosch voldeed de exploitant daarmee aan de administratieve verplichtingen van de wet op de omzetbelasting 1968. De inspecteur had de boekhouding niet op grond van de uitkomsten van het onderzoek bij de leverancier of op basis van de uitkomsten van de chikwadraattoets mogen verwerpen zonder materiƫle onjuistheden of onvolkomenheden in de boekhouding. Dergelijke fouten in de boekhouding waren niet vastgesteld, aldus het Hof. Volgens de Hoge Raad had het Hof in moeten gaan op de stelling van de inspecteur dat de exploitant niet had voldaan aan de administratieve verplichtingen van de AWR. Volgens de inspecteur had de exploitant de op (klad)papier of diskettes gemaakte berekeningen van de dagomzet moeten bewaren. Door deze stelling van de inspecteur onbesproken te laten heeft het Hof zijn uitspraak onvoldoende gemotiveerd. De administratieve verplichtingen van de wet OB vormen een aanvulling op de algemene administratieverplichtingen van de AWR en komen daar niet voor in de plaats.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u