Berekening forfaitair rendement erfgenaam

De bezittingen en schulden van een particulier worden belast in box 3 van de inkomstenbelasting. Dat gebeurt door een forfaitair rendement van 4% te berekenen over de gemiddelde rendementsgrondslag aan het begin en aan het einde van het kalenderjaar. Alle bezittingen op een van de peildata worden meegenomen. Dat gold ook voor een erfenis die iemand op 24 december 2002 verkreeg. De volle waarde hiervan per 31 december 2002 werd meegenomen bij de berekening van de rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar 2002, zonder rekening te houden met de omstandigheid dat de belanghebbende in 2002 maar één week gerechtigd is geweest tot de erfenis en zonder rekening te houden met de daarop drukkende (materiële) belastingschuld. Volgens Hof Amsterdam en Hoge Raad is de wettelijke regeling niet in strijd met de discriminatieverboden van het IVBPR en het EVRM. De wetgever heeft gekozen voor een forfaitair systeem waarbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin en aan het einde van het kalenderjaar. De wetgever heeft geen rekening willen houden met waardeveranderingen van bezittingen en schulden in de loop van het jaar, met het moment van verkrijgen of verliezen van bezittingen of het vervallen van schulden. De rechter moet die keuzes van de wetgever respecteren.
De bezittingen en schulden van een particulier worden belast in box 3 van de inkomstenbelasting. Dat gebeurt door een forfaitair rendement van 4% te berekenen over de gemiddelde rendementsgrondslag aan het begin en aan het einde van het kalenderjaar. Alle bezittingen op een van de peildata worden meegenomen. Dat gold ook voor een erfenis die iemand op 24 december 2002 verkreeg. De volle waarde hiervan per 31 december 2002 werd meegenomen bij de berekening van de rendementsgrondslag aan het einde van het kalenderjaar 2002, zonder rekening te houden met de omstandigheid dat de belanghebbende in 2002 maar één week gerechtigd is geweest tot de erfenis en zonder rekening te houden met de daarop drukkende (materiële) belastingschuld.
Volgens Hof Amsterdam en Hoge Raad is de wettelijke regeling niet in strijd met de discriminatieverboden van het IVBPR en het EVRM. De wetgever heeft gekozen voor een forfaitair systeem waarbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin en aan het einde van het kalenderjaar. De wetgever heeft geen rekening willen houden met waardeveranderingen van bezittingen en schulden in de loop van het jaar, met het moment van verkrijgen of verliezen van bezittingen of het vervallen van schulden. De rechter moet die keuzes van de wetgever respecteren.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u