
Voor de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand kan een vergoeding worden toegekend wanneer het bezwaar of het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond is verklaard. Meestal wordt een forfaitaire vergoeding van de kosten toegekend, die wordt vastgesteld volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). In bijzondere gevallen kan daarvan afgeweken worden.
Hof Amsterdam deed dat in een groep zaken die met elkaar samenhingen. Het ging om 57 zaken die vielen onder het zogenoemde Rekeningenproject van de belastingdienst (de KB-Luxzaken) en die werden behandeld door dezelfde gemachtigde. Volgens het hof vertoonde de wijze waarop de gemachtigde de geschilpunten bij die zaken inbracht een grote mate van uniformiteit. Vanaf de conclusie van repliek werden vrijwel alle processtukken in enkelvoud ingediend voor alle zaken of groepen van zaken. Bijna alle zaken werden gelijktijdig of aansluitend behandeld. Het hof beperkte de proceskostenvergoeding in de individuele gevallen.
In cassatie merkte de Hoge Raad op dat volgens de Nota van Toelichting de uitzondering op de forfaitaire vergoeding wegens bijzondere omstandigheden in het Bpb is opgenomen omdat strikte toepassing van de forfaitaire regeling onrechtvaardig kan uitpakken. De rechter mag in die gevallen de forfaitaire vergoeding verlagen of verhogen. De Hoge Raad heeft de beperking van de vergoeding door het hof toegestaan.