Beperking berekening heffingsrente

Bij het opleggen van een aanslag inkomstenbelasting kan heffingsrente in rekening worden gebracht over het te betalen bedrag. Tot en met 2009 gold dat heffingsrente al in de loop van het belastingjaar in rekening kon worden gebracht vanaf 1 juli tot de datum van dagtekening van de aanslag. Op grond van een besluit van het ministerie van Financiƫn wordt de heffingsrente beperkt tot een periode van drie maanden vanaf het moment waarop een verzoek is gedaan om een voorlopige aanslag op te leggen. Deze beperking is van belang in gevallen waarin de belastingdienst ondanks een verzoek om een voorlopige aanslag op te leggen daar niet of pas op een laat moment toe overgaat.

Het is de bedoeling dat de belastingdienst zo snel mogelijk, maar in elk geval binnen drie maanden na binnenkomst van een verzoek daartoe, een voorlopige aanslag vaststelt.
In de opvolger van het genoemde besluit staat een passage die door Hof Den Bosch zo wordt uitgelegd dat de berekening van heffingsrente verder moet worden beperkt als de inspecteur zo weinig voortvarend te werk is gegaan dat het in rekening brengen van heffingsrente in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur. Het hof paste deze uitleg toe in een procedure die betrekking had op heffingsrente die in rekening was gebracht voordat het nieuwe besluit was genomen. Volgens het hof verhinderde dat de toepassing van deze passage niet, omdat het nieuwe besluit geen nieuw beleid bevatte en omdat een belastingplichtige zich kan beroepen op een beleidsregel tenzij de beleidsregel uitdrukkelijk anders bepaalt. Dat laatste was hier niet het geval. De procedure had betrekking op een hoge voorlopige aanslag die het gevolg was van een eenmalige bate door de verkoop van een bedrijfspand. Ter beperking van de berekening van heffingsrente was tijdig een verzoek ingediend om een voorlopige aanslag op te leggen en was meerdere malen bij de belastingdienst aangedrongen op een snelle behandeling van het verzoek. Uiteindelijk duurde het bijna een half jaar voordat de aanslag werd opgelegd. Aanvankelijk was over deze periode ook heffingsrente berekend, maar na bezwaar verminderde de inspecteur de periode tot ruim drie maanden. Het hof vond een beperking van de heffingsrente tot een periode van anderhalve maand redelijk.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Bij het opleggen van een aanslag inkomstenbelasting kan heffingsrente in rekening worden gebracht over het te betalen bedrag. Tot en met 2009 gold dat heffingsrente al in de loop van het belastingjaar in rekening kon worden gebracht vanaf 1 juli tot de datum van dagtekening van de aanslag. Op grond van een besluit van het ministerie van Financiƫn wordt de heffingsrente beperkt tot een periode van drie maanden vanaf het moment waarop een verzoek is gedaan om een voorlopige aanslag op te leggen. Deze beperking is van belang in gevallen waarin de belastingdienst ondanks een verzoek om een voorlopige aanslag op te leggen daar niet of pas op een laat moment toe overgaat.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Het is de bedoeling dat de belastingdienst zo snel mogelijk, maar in elk geval binnen drie maanden na binnenkomst van een verzoek daartoe, een voorlopige aanslag vaststelt. <BR>In de opvolger van het genoemde besluit staat een passage die door Hof Den Bosch zo wordt uitgelegd dat de berekening van heffingsrente verder moet worden beperkt als de inspecteur zo weinig voortvarend te werk is gegaan dat het in rekening brengen van heffingsrente in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur. Het hof paste deze uitleg toe in een procedure die betrekking had op heffingsrente die in rekening was gebracht voordat het nieuwe besluit was genomen. Volgens het hof verhinderde dat de toepassing van deze passage niet, omdat het nieuwe besluit geen nieuw beleid bevatte en omdat een belastingplichtige zich kan beroepen op een beleidsregel tenzij de beleidsregel uitdrukkelijk anders bepaalt. Dat laatste was hier niet het geval. De procedure had betrekking op een hoge voorlopige aanslag die het gevolg was van een eenmalige bate door de verkoop van een bedrijfspand. Ter beperking van de berekening van heffingsrente was tijdig een verzoek ingediend om een voorlopige aanslag op te leggen en was meerdere malen bij de belastingdienst aangedrongen op een snelle behandeling van het verzoek. Uiteindelijk duurde het bijna een half jaar voordat de aanslag werd opgelegd. Aanvankelijk was over deze periode ook heffingsrente berekend, maar na bezwaar verminderde de inspecteur de periode tot ruim drie maanden. Het hof vond een beperking van de heffingsrente tot een periode van anderhalve maand redelijk.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u