Bepaling van bestemmingswaarde landgoed

Volgens de Wet WOZ is de waarde van een onroerende zaak gelijk aan het bedrag waarvoor de volle en onbezwaarde eigendom van de zaak zou kunnen worden overgedragen, er vanuit gaande dat de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Voor landgoederen die voldaan aan de in de Natuurschoonwet genoemde voorwaarden geldt een bijzondere regeling. Er wordt dan alleen rekening gehouden met de waarde van de opstallen. Bij de vaststelling van de waarde van een als woning dienende opstal op een landgoed wordt rekening gehouden met de zogenaamde instandhoudingsverplichting. Dat is een vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende 25 jaren in stand te houden. De waarde in het economische verkeer wordt gecorrigeerd met de instandhoudingsfactor. Deze factor wordt voor het landgoed als geheel vastgesteld. Er wordt een waardeverminderende factor voor het ongebouwde en voor het gebouwde terrein vastgesteld. De invloed van deze factor per categorie op het totaal moet vervolgens worden vastgesteld. In een aan de rechtbank Den Haag voorgelegde situatie verschilden partijen over de invloed van de waardeverminderende factor per categorie. Volgens de rechtbank was de factor voor ongebouwd terrein verreweg het belangrijkst. De rechtbank bepaalde de invloed hiervan op 75 %. De factor voor ongebouwd bedroeg 0,614; de factor gebouwd 0,94. De factor voor het gehele landgoed bedroeg 0,614 x 75% + 0,94 x 25% = 0,7. Daarmee kwam de bestemmingswaarde van de onroerende zaken op 0,7 maal de waarde in het economische verkeer.
Volgens de Wet WOZ is de waarde van een onroerende zaak gelijk aan het bedrag waarvoor de volle en onbezwaarde eigendom van de zaak zou kunnen worden overgedragen, er vanuit gaande dat de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Voor landgoederen die voldaan aan de in de Natuurschoonwet genoemde voorwaarden geldt een bijzondere regeling. Er wordt dan alleen rekening gehouden met de waarde van de opstallen. Bij de vaststelling van de waarde van een als woning dienende opstal op een landgoed wordt rekening gehouden met de zogenaamde instandhoudingsverplichting. Dat is een vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende 25 jaren in stand te houden. De waarde in het economische verkeer wordt gecorrigeerd met de instandhoudingsfactor. Deze factor wordt voor het landgoed als geheel vastgesteld. Er wordt een waardeverminderende factor voor het ongebouwde en voor het gebouwde terrein vastgesteld. De invloed van deze factor per categorie op het totaal moet vervolgens worden vastgesteld. In een aan de rechtbank Den Haag voorgelegde situatie verschilden partijen over de invloed van de waardeverminderende factor per categorie. Volgens de rechtbank was de factor voor ongebouwd terrein verreweg het belangrijkst. De rechtbank bepaalde de invloed hiervan op 75 %. De factor voor ongebouwd bedroeg 0,614; de factor gebouwd 0,94. De factor voor het gehele landgoed bedroeg 0,614 x 75% + 0,94 x 25% = 0,7. Daarmee kwam de bestemmingswaarde van de onroerende zaken op 0,7 maal de waarde in het economische verkeer.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u