Bepaling hoogte bestemmingswijzigingswinst bij verkoop grond voor woningbouw

Een landbouwster verkocht in 2001 een stuk grond met agrarische bestemming aan haar zoon voor een bedrag dat gelijk was aan de waarde bij agrarisch gebruik (WEVAB). De daarbij behaalde boekwinst verwerkte de landbouwster in haar aangifte inkomstenbelasting, met toepassing van de landbouwvrijstelling, waardoor per saldo niets belast werd. Enkele maanden later diende de zoon een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een woning met loods op de gekochte grond, met als bedoeling om op deze grond een boomkwekerij te beginnen. In 2002 werd de bouwvergunning verleend, waarna de woning en de loods werden gebouwd. Eind 2005 was de zoon nog niet begonnen met de boomkwekerij. Al geruime tijd voor de verkoop had de landbouwster pogingen ondernomen om een bouwvergunning te verkrijgen. Door het verlenen van een bouwvergunning was de waarde in het economische verkeer van de grond (WEV) hoger dan de WEVAB. Het verschil tussen deze waarden was een bestemmingswijzigingswinst die niet onder de landbouwvrijstelling viel. De inspecteur corrigeerde het aangegeven inkomen met het verschil tussen WEV en WEVAB. Hof Leeuwarden was van oordeel dat de verkochte grond gewaardeerd moest worden als een bouwperceel bestemd als woonlocatie in het buitengebied, zoals de inspecteur had gedaan. Het Hof volgde ook de taxatie van de belastingdienst en niet de aanmerkelijk lagere taxatie van de landbouwster als bedrijfswoning met agrarische bestemming. De zoon was immers niet begonnen met de boomkwekerij, die hij als reden had aangevoerd om op de grond te mogen bouwen.
Een landbouwster verkocht in 2001 een stuk grond met agrarische bestemming aan haar zoon voor een bedrag dat gelijk was aan de waarde bij agrarisch gebruik (WEVAB). De daarbij behaalde boekwinst verwerkte de landbouwster in haar aangifte inkomstenbelasting, met toepassing van de landbouwvrijstelling, waardoor per saldo niets belast werd. Enkele maanden later diende de zoon een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een woning met loods op de gekochte grond, met als bedoeling om op deze grond een boomkwekerij te beginnen. In 2002 werd de bouwvergunning verleend, waarna de woning en de loods werden gebouwd. Eind 2005 was de zoon nog niet begonnen met de boomkwekerij. Al geruime tijd voor de verkoop had de landbouwster pogingen ondernomen om een bouwvergunning te verkrijgen. Door het verlenen van een bouwvergunning was de waarde in het economische verkeer van de grond (WEV) hoger dan de WEVAB. Het verschil tussen deze waarden was een bestemmingswijzigingswinst die niet onder de landbouwvrijstelling viel. De inspecteur corrigeerde het aangegeven inkomen met het verschil tussen WEV en WEVAB. Hof Leeuwarden was van oordeel dat de verkochte grond gewaardeerd moest worden als een bouwperceel bestemd als woonlocatie in het buitengebied, zoals de inspecteur had gedaan. Het Hof volgde ook de taxatie van de belastingdienst en niet de aanmerkelijk lagere taxatie van de landbouwster als bedrijfswoning met agrarische bestemming. De zoon was immers niet begonnen met de boomkwekerij, die hij als reden had aangevoerd om op de grond te mogen bouwen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u