Beoordeling kennelijke onredelijkheid ontslag
Wanneer een werknemer na een lang dienstverband wegens arbeidsongeschiktheid is ontslagen zonder een behoorlijke ontslagvergoeding, kan het ontslag kennelijk onredelijk zijn. Dit kan ook het geval zijn als de arbeidsomstandigheden niet extreem zwaar waren. Ingeval van ontslag na arbeidsongeschiktheid moet voor de beoordeling van eventuele kennelijke onredelijkheid gelet worden op de relatie tussen de verrichte werkzaamheden en de arbeidsongeschiktheid.
Hof Arnhem oordeelde na weging van alle factoren dat een ontslag niet kennelijk onredelijk was. De werknemer was ten tijde van het ontslag 52 jaar oud. Die leeftijd vormt zonder nadere toelichting geen belemmering op de arbeidsmarkt. Ook de duur van het dienstverband was niet zolang dat daardoor het ontslag kennelijk onredelijk was. De werknemer had de kans op een andere baan, maar was op het aanbod niet ingegaan. Hij begon een zelfstandig klussenbedrijf, dat volgens eigen zeggen aardig liep. Daarom waren ook de arbeidsmarktperspectieven geen reden voor een ontslagvergoeding. De oorzaak van de arbeidsongeschiktheid was een griep en een daarop volgende overspannenheid. Dat was niet aan de vroegere werkgever te wijten. Het ongeval dat de werknemer overkwam was evenmin aan de vroegere werkgever te wijten. De werkgever had tenslotte voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen. Hem trof dus geen enkel verwijt.
Wanneer een werknemer na een lang dienstverband wegens arbeidsongeschiktheid is ontslagen zonder een behoorlijke ontslagvergoeding, kan het ontslag kennelijk onredelijk zijn. Dit kan ook het geval zijn als de arbeidsomstandigheden niet extreem zwaar waren. Ingeval van ontslag na arbeidsongeschiktheid moet voor de beoordeling van eventuele kennelijke onredelijkheid gelet worden op de relatie tussen de verrichte werkzaamheden en de arbeidsongeschiktheid.
Hof Arnhem oordeelde na weging van alle factoren dat een ontslag niet kennelijk onredelijk was. De werknemer was ten tijde van het ontslag 52 jaar oud. Die leeftijd vormt zonder nadere toelichting geen belemmering op de arbeidsmarkt. Ook de duur van het dienstverband was niet zolang dat daardoor het ontslag kennelijk onredelijk was. De werknemer had de kans op een andere baan, maar was op het aanbod niet ingegaan. Hij begon een zelfstandig klussenbedrijf, dat volgens eigen zeggen aardig liep. Daarom waren ook de arbeidsmarktperspectieven geen reden voor een ontslagvergoeding. De oorzaak van de arbeidsongeschiktheid was een griep en een daarop volgende overspannenheid. Dat was niet aan de vroegere werkgever te wijten. Het ongeval dat de werknemer overkwam was evenmin aan de vroegere werkgever te wijten. De werkgever had tenslotte voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen. Hem trof dus geen enkel verwijt.