België en Nederland regelen belastingheffing over ontslaguitkeringen
Nederland en België hebben een onderlinge regeling vastgesteld om dubbele belasting en dubbele vrijstelling van periodiek uitbetaalde ontslaguitkeringen te voorkomen. De regeling heeft betrekking op door inwoners van België uit Nederland ontvangen uitkeringen die verband houden met de beëindiging van een in Nederland uitgeoefende dienstbetrekking. De Nederlandse Wet op de Loonbelasting kent een zogenaamde stamrechtvrijstelling. Aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon zijn daardoor niet belast. In plaats daarvan worden de uitkeringen belast. De Belgische Wet op de Inkomstenbelastingen kent geen stamrechtvrijstelling. Een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfde of te derven beloningen wordt op het moment van toekenning tot de belastbare inkomsten gerekend. Jaarlijks wordt 3 % van het afgestane kapitaal als inkomen belast. Wanneer een inwoner van België in verband met zijn ontslag uit een Nederlandse dienstbetrekking gebruik maakt van de stamrechtvrijstelling is meervoudige belastingheffing mogelijk als Nederland heffingsbevoegd is voor (een gedeelte van) de aanspraak. Op grond van de getroffen regeling verleent België voor dergelijke aanspraken op periodieke uitkeringen nu een voorkoming van dubbele belasting. De regeling voorkomt dubbele vrijstelling over de periodieke uitkeringen voor het geval Nederland daarvoor geen heffingsbevoegdheid heeft. Dit is aan de orde als de uitkeringen per jaar niet meer dan € 25.000 bedragen. Nederland mag deze uitkeringen in de belastingheffing betrekken voor het bruto bedrag, verminderd met het belastbare bedrag dat in België in de belastingheffing is betrokken. De regeling is van toepassing op verzoek van de belastingplichtige aan de plaatselijke controle van de Belgische belastingadministratie. Het is niet nodig om een dergelijk verzoek ook bij de Nederlandse belastingadministratie in te dienen.
Nederland en België hebben een onderlinge regeling vastgesteld om dubbele belasting en dubbele vrijstelling van periodiek uitbetaalde ontslaguitkeringen te voorkomen. De regeling heeft betrekking op door inwoners van België uit Nederland ontvangen uitkeringen die verband houden met de beëindiging van een in Nederland uitgeoefende dienstbetrekking. De Nederlandse Wet op de Loonbelasting kent een zogenaamde stamrechtvrijstelling. Aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon zijn daardoor niet belast. In plaats daarvan worden de uitkeringen belast. De Belgische Wet op de Inkomstenbelastingen kent geen stamrechtvrijstelling. Een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfde of te derven beloningen wordt op het moment van toekenning tot de belastbare inkomsten gerekend. Jaarlijks wordt 3 % van het afgestane kapitaal als inkomen belast. Wanneer een inwoner van België in verband met zijn ontslag uit een Nederlandse dienstbetrekking gebruik maakt van de stamrechtvrijstelling is meervoudige belastingheffing mogelijk als Nederland heffingsbevoegd is voor (een gedeelte van) de aanspraak. Op grond van de getroffen regeling verleent België voor dergelijke aanspraken op periodieke uitkeringen nu een voorkoming van dubbele belasting. De regeling voorkomt dubbele vrijstelling over de periodieke uitkeringen voor het geval Nederland daarvoor geen heffingsbevoegdheid heeft. Dit is aan de orde als de uitkeringen per jaar niet meer dan € 25.000 bedragen. Nederland mag deze uitkeringen in de belastingheffing betrekken voor het bruto bedrag, verminderd met het belastbare bedrag dat in België in de belastingheffing is betrokken. De regeling is van toepassing op verzoek van de belastingplichtige aan de plaatselijke controle van de Belgische belastingadministratie. Het is niet nodig om een dergelijk verzoek ook bij de Nederlandse belastingadministratie in te dienen.