Belastingmaatregelen 2006 voor particulieren
Op Prinsjesdag heeft het kabinet naast de Miljoenennota ook zijn belastingplannen voor 2006 gepresenteerd. Onderdeel daarvan zijn het Belastingplan 2006 en het Vpb-pakket 2006. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende.InkomstenbelastingTarievenDe tarieven en de lengte van de schijven voor de loon- en inkomstenbelasting bedragen voor 2006 (personen tot 65 jaar):In de 1e schijf van € 17.046 is het tarief 34,15 % aan belasting en premies;In de 2e schijf van € 13.585 is het tarief 41,45 % aan belasting en premies;Het tarief in de 3e schijf van € 21.597 blijft 42 %;Het tarief in de 4e schijf, die begint bij € 52.228, blijft 52 %.Heffingskortingen De algemene heffingskorting wordt met € 78 verhoogd tot € 1.990 (incl. inflatiecorrectie);Er komt één kinderkorting met een maximum van € 802 bij een verzamelinkomen van niet meer dan € 28.521. De kinderkorting loopt bij een hoger inkomen geleidelijk terug naar nul bij een verzamelinkomen van € 42.469. Het aantal kinderen is niet meer van invloed op de hoogte van de kinderkorting;De ouderenkorting wordt met € 85 verlaagd tot € 374. De inkomensgrens voor deze korting wordt € 31.255;De inkomensafhankelijke aanvullende ouderenkorting wordt vervangen door een inkomensonafhankelijke alleenstaande ouderenkorting van € 562; De combinatiekorting wordt met € 85 verlaagd tot € 146;De aanvullende combinatiekorting wordt met € 156 verhoogd tot € 608.FilmstimuleringMedegerechtigden in een film-CV kunnen voortaan maximaal als fiscaal verlies in aanmerking nemen het bedrag van hun inleg vermeerderd met 30 % daarvan, maar niet meer dan 30 % van de grondslag voor de filminvesteringsaftrek (FIA). De FIA wordt verhoogd tot 55 %. Daarnaast komt er een gedeeltelijke vrijstelling voor de opbrengsten van een filmonderneming. De met de exploitatie van een film behaalde omzet hoeft tot een maximum van 55 % van de FIA-grondslag niet tot de winst te worden gerekend. Deze regeling vervangt de regeling van het Belastingplan 2005 en geldt tot 1 juli 2007. Het plafond van de vrijwilligersregeling wordt verhoogd tot € 1.500 per jaar, met een maandelijkse limiet van € 150. De vermenigvuldigingsfactor voor buitengewone uitgaven wordt verhoogd van 65 % naar 90 %. Het absolute maximum dat aan de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven werd gesteld vervalt.De regeling van de buitenlandse belastingplicht in de Wet IB 2001 wordt aangepast aan de uitspraak van het Hof van Justitie EG in de zaak De Groot. De belastbare inkomsten uit eigen woning in Nederland worden voortaan verminderd met de aftrek wegens geen of geringe eigen woningschuld. Uitgaven voor inkomensvoorzieningen zijn niet meer aftrekbaar, maar negatieve persoonsgebonden aftrek moet wel worden bijgeteld.Aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en levensloopregelingHet Belastingplan bevat een verruiming van de mogelijkheden om een nog fiscaal gefacilieerde VUT-uitkering geheel of gedeeltelijk om te zetten in een hoger ouderdomspensioen. De mogelijkheden om voor de 65-jarige leeftijd pensioenuitkeringen te ontvangen die gelijk zijn aan de na het bereiken van de 65-jarige leeftijd te ontvangen AOW- en pensioenuitkeringen worden verruimd. In plaats van een bedrag gelijk aan de enkelvoudige AOW voor gehuwden mag straks tweemaal de AOW voor gehuwden buiten beschouwing worden gelaten. Tenslotte mogen ook beleggingsinstellingen levensloopregelingen gaan uitvoeren mits er voldoende financieel toezicht is. BPMDe belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) wordt gedifferentieerd naar het brandstofverbruik van de auto. Per autoklasse of marktsegment worden relatief zuinige auto’s beloond met een korting op de BPM, uitgaande van het bestaande stelsel van energielabels. Onzuinige auto’s worden gestraft met een verhoging van de BPM. De tariefdifferentiatie naar brandstofverbruik verloopt budgettair neutraal. Verder komt er een verruiming van de faciliteit voor hybride auto’s en wordt de bestaande faciliteit voor elektrische auto’s en auto’s op waterstof verlengd. De huidige tijdelijke vrijstelling van BPM voor onder hybride auto’s loopt af op 1 juli 2006. De nieuwe regeling voor personenauto’s met hybride aandrijving levert een BPM-bonus op van € 6.000 voor de zuinigste auto’s in een klasse en een bonus van € 3.000 voor de tweede categorie. De tariefdifferentiatie begint op 1 juli 2006 maar de belastingvermindering van € 3.000 voor hybride auto’s uit de zuinigheidsklasse B treedt al per 1 januari 2006 in werking. De regeling voor hybride auto’s, elektrische auto’s en auto’s op waterstof loopt tot 1 juli 2008.
Op Prinsjesdag heeft het kabinet naast de Miljoenennota ook zijn belastingplannen voor 2006 gepresenteerd. Onderdeel daarvan zijn het Belastingplan 2006 en het Vpb-pakket 2006. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende.InkomstenbelastingTarievenDe tarieven en de lengte van de schijven voor de loon- en inkomstenbelasting bedragen voor 2006 (personen tot 65 jaar):In de 1e schijf van € 17.046 is het tarief 34,15 % aan belasting en premies;In de 2e schijf van € 13.585 is het tarief 41,45 % aan belasting en premies;Het tarief in de 3e schijf van € 21.597 blijft 42 %;Het tarief in de 4e schijf, die begint bij € 52.228, blijft 52 %.Heffingskortingen De algemene heffingskorting wordt met € 78 verhoogd tot € 1.990 (incl. inflatiecorrectie);Er komt één kinderkorting met een maximum van € 802 bij een verzamelinkomen van niet meer dan € 28.521. De kinderkorting loopt bij een hoger inkomen geleidelijk terug naar nul bij een verzamelinkomen van € 42.469. Het aantal kinderen is niet meer van invloed op de hoogte van de kinderkorting;De ouderenkorting wordt met € 85 verlaagd tot € 374. De inkomensgrens voor deze korting wordt € 31.255;De inkomensafhankelijke aanvullende ouderenkorting wordt vervangen door een inkomensonafhankelijke alleenstaande ouderenkorting van € 562; De combinatiekorting wordt met € 85 verlaagd tot € 146;De aanvullende combinatiekorting wordt met € 156 verhoogd tot € 608.FilmstimuleringMedegerechtigden in een film-CV kunnen voortaan maximaal als fiscaal verlies in aanmerking nemen het bedrag van hun inleg vermeerderd met 30 % daarvan, maar niet meer dan 30 % van de grondslag voor de filminvesteringsaftrek (FIA). De FIA wordt verhoogd tot 55 %. Daarnaast komt er een gedeeltelijke vrijstelling voor de opbrengsten van een filmonderneming. De met de exploitatie van een film behaalde omzet hoeft tot een maximum van 55 % van de FIA-grondslag niet tot de winst te worden gerekend. Deze regeling vervangt de regeling van het Belastingplan 2005 en geldt tot 1 juli 2007. Het plafond van de vrijwilligersregeling wordt verhoogd tot € 1.500 per jaar, met een maandelijkse limiet van € 150. De vermenigvuldigingsfactor voor buitengewone uitgaven wordt verhoogd van 65 % naar 90 %. Het absolute maximum dat aan de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven werd gesteld vervalt.De regeling van de buitenlandse belastingplicht in de Wet IB 2001 wordt aangepast aan de uitspraak van het Hof van Justitie EG in de zaak De Groot. De belastbare inkomsten uit eigen woning in Nederland worden voortaan verminderd met de aftrek wegens geen of geringe eigen woningschuld. Uitgaven voor inkomensvoorzieningen zijn niet meer aftrekbaar, maar negatieve persoonsgebonden aftrek moet wel worden bijgeteld.Aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en levensloopregelingHet Belastingplan bevat een verruiming van de mogelijkheden om een nog fiscaal gefacilieerde VUT-uitkering geheel of gedeeltelijk om te zetten in een hoger ouderdomspensioen. De mogelijkheden om voor de 65-jarige leeftijd pensioenuitkeringen te ontvangen die gelijk zijn aan de na het bereiken van de 65-jarige leeftijd te ontvangen AOW- en pensioenuitkeringen worden verruimd. In plaats van een bedrag gelijk aan de enkelvoudige AOW voor gehuwden mag straks tweemaal de AOW voor gehuwden buiten beschouwing worden gelaten. Tenslotte mogen ook beleggingsinstellingen levensloopregelingen gaan uitvoeren mits er voldoende financieel toezicht is. BPMDe belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) wordt gedifferentieerd naar het brandstofverbruik van de auto. Per autoklasse of marktsegment worden relatief zuinige auto’s beloond met een korting op de BPM, uitgaande van het bestaande stelsel van energielabels. Onzuinige auto’s worden gestraft met een verhoging van de BPM. De tariefdifferentiatie naar brandstofverbruik verloopt budgettair neutraal. Verder komt er een verruiming van de faciliteit voor hybride auto’s en wordt de bestaande faciliteit voor elektrische auto’s en auto’s op waterstof verlengd. De huidige tijdelijke vrijstelling van BPM voor onder hybride auto’s loopt af op 1 juli 2006. De nieuwe regeling voor personenauto’s met hybride aandrijving levert een BPM-bonus op van € 6.000 voor de zuinigste auto’s in een klasse en een bonus van € 3.000 voor de tweede categorie. De tariefdifferentiatie begint op 1 juli 2006 maar de belastingvermindering van € 3.000 voor hybride auto’s uit de zuinigheidsklasse B treedt al per 1 januari 2006 in werking. De regeling voor hybride auto’s, elektrische auto’s en auto’s op waterstof loopt tot 1 juli 2008.