Belastingadviseur ook zonder uitdrukkelijke opdracht aansprakelijk voor belastingschade

Een belastingadviseur begeleidde in 1992 een management buy-out (MBO). Een van de participanten werd na de verkoop van zijn aandelenbelang in 1997 geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting voor winst uit aanmerkelijk belang. Die aanslag vond zijn oorsprong in het feit dat deze participant bij de oprichting van een nieuwe BV alle aandelen had verkregen die vervolgens aan de andere participanten werden overgedragen. De participant had daardoor een aanmerkelijk belang gekregen in de BV. Dat zou niet het geval zijn geweest wanneer alle participanten bij de oprichting al hadden meegedaan. De participant verkocht zijn aandelen vervolgens binnen vijf jaar. Gedurende die periode viel de winst bij verkoop nog onder de aanmerkelijk belangregeling De participant stelde de belastingadviseur aansprakelijk. Naar zijn mening had de adviseur er voor moeten zorgen dat was vastgelegd dat hij de aandelen bij de oprichting van de BV mede voor de andere beoogde aandeelhouders had verkregen. Verder had de belastingadviseur hem erop moeten wijzen dat de verkoop van de aandelen uitgesteld had moeten worden tot de vijfjaarstermijn zou zijn verstreken. De participant vorderde vergoeding van de door hem geleden belastingschade van ƒ 750.000 en ƒ 86.500 aan advieskosten. De belastingadviseur bestreed de vordering omdat hij niet was opgetreden als fiscaal adviseur van de participant, maar in opdracht en ten behoeve van twee andere participanten. Toch wees het Hof de vordering toe, omdat vaststond dat er geen andere belastingadviseur bij de MBO betrokken was geweest en zijn werkzaamheden in het belang waren van alle participanten in de MBO. De rekening voor de werkzaamheden werd gestuurd naar een vennootschap, waarin alle participanten in de MBO een belang hadden. Naar het oordeel van het Hof mocht de participant erop vertrouwen dat de belastingadviseur ook met zijn fiscale belangen rekening zou houden. De adviseur had een zorgplicht ten aanzien van die fiscale belangen. Als professioneel adviseur had hij een einde moeten maken aan een eventueel bestaande onduidelijkheid over de omvang van zijn taak. De adviseur had weliswaar aangegeven dat schriftelijk moest worden vastgelegd dat de participant bij de oprichting van de BV in 1992 voor rekening van alle participanten handelde naar rato van hun uiteindelijk te realiseren deelnamepercentage, maar hij had nagelaten er voor te zorgen dat zijn advies werd opgevolgd. Door dit na te laten voldeed de adviseur niet aan zijn zorgplicht jegens de participant.
Een belastingadviseur begeleidde in 1992 een management buy-out (MBO). Een van de participanten werd na de verkoop van zijn aandelenbelang in 1997 geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting voor winst uit aanmerkelijk belang. Die aanslag vond zijn oorsprong in het feit dat deze participant bij de oprichting van een nieuwe BV alle aandelen had verkregen die vervolgens aan de andere participanten werden overgedragen. De participant had daardoor een aanmerkelijk belang gekregen in de BV. Dat zou niet het geval zijn geweest wanneer alle participanten bij de oprichting al hadden meegedaan. De participant verkocht zijn aandelen vervolgens binnen vijf jaar. Gedurende die periode viel de winst bij verkoop nog onder de aanmerkelijk belangregeling De participant stelde de belastingadviseur aansprakelijk. Naar zijn mening had de adviseur er voor moeten zorgen dat was vastgelegd dat hij de aandelen bij de oprichting van de BV mede voor de andere beoogde aandeelhouders had verkregen. Verder had de belastingadviseur hem erop moeten wijzen dat de verkoop van de aandelen uitgesteld had moeten worden tot de vijfjaarstermijn zou zijn verstreken. De participant vorderde vergoeding van de door hem geleden belastingschade van ƒ 750.000 en ƒ 86.500 aan advieskosten. De belastingadviseur bestreed de vordering omdat hij niet was opgetreden als fiscaal adviseur van de participant, maar in opdracht en ten behoeve van twee andere participanten. Toch wees het Hof de vordering toe, omdat vaststond dat er geen andere belastingadviseur bij de MBO betrokken was geweest en zijn werkzaamheden in het belang waren van alle participanten in de MBO. De rekening voor de werkzaamheden werd gestuurd naar een vennootschap, waarin alle participanten in de MBO een belang hadden. Naar het oordeel van het Hof mocht de participant erop vertrouwen dat de belastingadviseur ook met zijn fiscale belangen rekening zou houden. De adviseur had een zorgplicht ten aanzien van die fiscale belangen. Als professioneel adviseur had hij een einde moeten maken aan een eventueel bestaande onduidelijkheid over de omvang van zijn taak. De adviseur had weliswaar aangegeven dat schriftelijk moest worden vastgelegd dat de participant bij de oprichting van de BV in 1992 voor rekening van alle participanten handelde naar rato van hun uiteindelijk te realiseren deelnamepercentage, maar hij had nagelaten er voor te zorgen dat zijn advies werd opgevolgd. Door dit na te laten voldeed de adviseur niet aan zijn zorgplicht jegens de participant.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u